Excursieverslagen 2019


Doel: Wormdal – Haanrade

Datum: 18 juli 2019
Tijdstip: 10.00u-15.30u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemer: Lei Paulssen

Verslag

Het Wormdal bij Haanrade is in het verleden al een keer op sprinkhanen onderzocht. Het gebied bestaat voornamelijk uit droog kruidenrijk grasland, ruigte, struweel en hoogopgaande loofbomen. Tijdens het herhalingsbezoek zijn meerdere in Zuid-Limburg algemeen voorkomende sprinkhanen aangetroffen.
Bij de veldsprinkhanen is de Krasser de meest algemeen voorkomende soort van het onderzochte gebied. Naast de bekende kortvleugelige dieren, zijn ook meerdere langvleugelige exemplaren gezien. De Gouden sprinkhaan is eveneens overal aanwezig, maar slechts in lage aantallen. Van de doornsprinkhanen is op deze locatie geen enkel exemplaar gevangen. Uit de groep van de sabelsprinkhanen konden het Zuidelijk spitskopje, de Zuidelijke boomsprinkhaan, de Struiksprinkhaan en de Grote groene sabelsprinkhaan worden bevestigd. De Greppelsprinkhaan en de Bramensprinkhaan bleken lokaal talrijk aanwezig te zijn.
De tweede onderzoekslocatie die is bezocht betreft een incidenteel gebruikt spoorlijntje van enkele honderden meters lengte, ten oosten van Eygelshoven. Helaas was een kort regenbuitje een spelbreker. Desondanks zijn hier vier nieuwe soorten aan de daglijst toegevoegd, namelijk het Gewoon doorntje, de Bruine sprinkhaan, de Ratelaar en de Blauwvleugelsprinkhaan. Deze laatste heeft hier een grote populatie van vele tientallen tot wellicht zo’n honderd exemplaren.
Het uiteindelijke aantal gevonden soorten op deze inventarisatiedag bedraagt twaalf.

wormdal-1


wormdal-2

wormdal-3

eygelshoven-1

eygelshoven-2

Verslag: Harry van Buggenum. Foto’s: Harry van Buggenum

Doel: Sint Pietersberg – Maastricht

Datum: 15 juli 2019
Tijdstip: 11.00u-16.30u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: Gerard Majoor, Lydia Lippens, Marian Baars, Willem Vergoossen, Reinier Akkermans, Berend Aukema

Verslag

De SInt Pietersberg is voor veel natuurliefhebbers van oudsher een bekend gebied, waardoor er al veel waarnemingen zijn verzameld. De afwisseling van kalkrijke (helling-)graslanden, struweel en bos zorgt voor een gevarieerde flora en fauna. Het gebied wordt beheerd door Natuurmonumenten.
Tijdens de excursie is gezocht naar sprinkhanen en wantsen. Jammer genoeg was het een bewolkte, vrij koele zomerdag en de sprinkhanen lieten zich slechts spaarzaam horen. Bovendien waren veel individuen nog in het nimfe-stadium Met sleepnet, klopnet, batdetector en op zicht zijn desondanks nog allerlei soorten aangetoond.
Van de doornsprinkhanen is alleen het Kalkdoorntje gevonden. Van de veldsprinkhanen is vrijwl overal de Krasser, Ratelaar en Bruine sprinkhaan aangetoond. De Gouden sprinkhaan is slechts in lage aantallen en lokaal aangetroffen. Dat geldt niet voor de Blauwvleugelsprinkhaan, die op de Kannerheide en het Plateau in redelijke grote aantallen zat.
Uit de groep van de sabelsprinkhanen konden het Zuidelijk spitskopje, de Zuidelijke boomsprinkhaan, de Boomsprinkhaan en de Grote groene sabelsprinkhaan uit de soortenlijst van de Pietersberg worden bevestigd. De Greppelsprinkhaan, Bramensprinkhaan, Sikkelsprinkhaan en Struiksprinkhaan behoren eveneens tot de bewoners van het onderzochte gebied en werden lokaal aangetroffen. Dat geldt ook voor de Lichtgroene sabelsprinkhaan, waarvan een tsjirpend mannetje is gehoord. Deze soort is in 2004 voor het eerst in Nederland  ontdekt en wel op de Sint  Pietersberg. Hier heeft hij inmiddels een vaste populatie opgebouwd.
Het totale aantal aangetroffen soorten van vijftien is voor een dagje veldwerk onder suboptimale omstandigheden een goed resultaat. In de wetenschap dat er van de Pietersberg tot nu toe meer dan 20 soorten zijn gemeld, maakt een herhaalbezoek de moeite waard.
De wantsen-divisie van de excursiegroep keek ook terug op een geslaagde veldwerkdag. Meerdere zeldzame soorten konden voor het gebied worden aangetoond, waaronder de Knoopkruidblindwants.
 
Pietersberg

Pietersberg-2

Pietersberg-3

Plateau


Plateau-2

Verslag: Harry van Buggenum. Foto’s: Harry van Buggenum

Excursieverslagen 2018

Doel: Geulpark – Valkenburg

Datum: 1 september 2018
Tijdstip: 10.00u-16.00u
Excursieleider: Guido Verschoor
Overige deelnemers: Willem Vergoossen, Paul Spreuwenberg, Walther van der Coelen, Twan Martens, Regina Vlijm, Harry van Buggenum

Verslag

Ten oosten van Valkenburg is in een parkachtige omgeving een afwisseling van water, graslanden, struweel en bos aanwezig. Hierop aansluitend ligt het landelijk gelegen Geuldal, waarin soortgelijke biotopen aanwezig zijn. Een deel van het onderzoeksgebied wordt beheerd door Natuurmonumenten.
Tijdens de excursie is gezocht naar sprinkhanen en wantsen. Van de doornsprinkhanen zijn alleen nimfen gevonden. De veldsprinkhanen zijn in ieder geval vertegenwoordigd door de Krasser en de Ratelaar. Een van de vochtige biotopen blijkt het leefgebied van de Moerassprinkhaan te zijn.
Hier zat ook het Gewoon spitskopje, een van de soorten sabelsprinkhanen. Het Zuidelijk spitskopje is vrij vaak gevonden. Daarnaast behoren Greppelsprinkhanen, Grote groene sabelsprinkhaan, Bramensprinkhanen, Zuidelijke boomsprinkhaan en Struiksprinkhaan tot de bewoners van het onderzochte gebied.

Geulpark-1

Geulpark-2

Geulpark-3

Verslag: Harry van Buggenum. Foto’s: Harry van Buggenum


Doel: Roodborn – De Piepert

Datum: 16 augustus 2018
Tijdstip: 10.00u-16.00u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: Willem Vergoossen, Paul Spreuwenberg

Verslag

Het gebied Roodborn is in 2017 al enkele keren door leden van de Sprinkhaanstudiegroep bezocht. De soortenlijst die in 2017 is samengesteld, kon in 2018 niet worden uitgebreid. In de landelijke natuurdatabanken zijn wel nog incidentele meldingen van de Snortikker, Blauwvleugelsprinkhaan en Lichtgroene sabelsprinkhaan opgenomen. Het blijft opmerkelijk dat veld- en boskrekel in dit gebied ontbreken.

Roodborn-1

Verslag: Harry van Buggenum. Foto’s: Harry van Buggenum


Doel: Omgeving Sibbe

Datum: 8 augustus 2018
Tijdstip: 10.00u-16.00u
Excursieleider: Denis Frissen
Overige deelnemers: Kristof Frissen, Yannic Frissen, Willem Vergoossen, Guido Verschoor, Harry van Buggenum

Verslag

In de omgeving van Sibbe is in de heuvelachtige de sprinkhaanfauna onderzocht van de aanwezige graslanden, struwelen en bosranden. De beide zonen van de excursieleider, Kristof en Yannic,  toonden aan dat ze op jonge leeftijd al aardig bedreven zijn in het onderzoeken van de natuur. Op de onderzochte graslandpercelen vindt sinds korte of al langere tijd natuurbeheer plaats, waardoor hier een mooie toekomst voor insecten en andere natuurwaarden ligt. Ook de oude mergelgroeve heeft veel potenties, mits hier aan de verbossing tijdig een halt wordt toegeroepen.
Tijdens de excursie is vooral gezocht naar sprinkhanen en wantsen. Van de doornsprinkhanen is alleen het Zeggedoorntje gevonden. De veldsprinkhanen zijn in ieder geval vertegenwoordigd door de Krasser, Ratelaar, Gouden sprinkhaan en Bruine sprinkhaan.
In de onderzochte deelgebied zijn van de sabelsprinkhanen vrij veel Greppelsprinkhanen aanwezig. Ook het Zuidelijk spitskopje is waarschijnlijk talrijk. De Grote groene sabelsprinkhaan is wat minder vaak gezien of gehoord. Ook Bramensprinkhanen ontbraken niet. Het kloppen op laaghangende takken leverde de Boomsprinkhaan, de Zuidelijke boomsprinkhaan en de Struiksprinkhaan op. De Sikkelsprinkhaan werd eveneens genoteerd.

Sibbe-1

Sibbe-2

Sibbe-3

Verslag: Harry van Buggenum. Foto’s: Harry van Buggenum

Doel: Grensmaas – Meers

Datum: 3 augustus 2018
Tijdstip: 10.00u-14.30u
Excursieleider: Willem Vergoossen
Overige deelnemers: Harry van Buggenum

Verslag

Na de grootschalige ontgrondingen in het Grensmaasgebied, waaronder Meers,  is hier veel ruimte ontstaan voor spontane natuurontwikkeling. Ondanks de steeds hoger wordende temperatuur konden deze dag enkele  sprinkhaansoorten worden genoteerd.
Van de veldsprinkhanen gaat het om Ratelaar, Krasser en Bruine sprinkhaan.
Bij de sabelsprinkhanen betreft het Zuidelijk spitskopje en het Gewoon spitskopje. Daarnaast Grote groene sabelsprinkhaan, Sikkelsprinkhaan en Zuidelijke boomsprinkhaan.
De hier aanwezige sprinkhaanfauna is waarschijnlijk nog wat rijker, dus een aanvullend onderzoek wordt aanbevolen.

Koeweide-1

Koeweide-2

Verslag: Harry van Buggenum. Foto’s: Harry van Buggenum

 

Excursieverslagen 2017

Doel: Roodborn – De Piepert

Datum: 21 & 27 juli en 14 augustus 2017
Tijdstip: 10.30u-16.00u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: Willem Vergoossen, Reinier Akkermans, Guido Verschoor, Paul Spreuwenberg

Verslag

Het gebied Roodborn – De Piepert omvat botanisch beheerde kalkgraslanden, ruigten, struwelen en bos. De noordelijke rand grenst aan het bekende Eyserbosch. Het terrein is in 2017 driemaal bezocht, waarbij aandacht is besteed aan sprinkhanen, wantsen en andere insecten.
Van de doornsprinkhanen is uiteraard het Kalkdoorntje aanwezig, naast het Zeggedoorntje. De veldsprinkhanen zijn vertegenwoordigd door de Krasser, Ratelaar, Gouden sprinkhaan en Bruine sprinkhaan. Ondanks intensief zoeken werd helaas geen Negertje (=Zwart wekkertje) of Blauwvleugelsprinkhaan ontdekt.
Het gebied herbergt veel sabelsprinkhanen. De Greppelsprinkhaan is overal aanwezig. Ook het Zuidelijk spitskopje is talrijk. De Grote groene sabelsprinkhaan kwam wat minder voor. In diverse (braam-)struwelen zaten Bramensprinkhanen. Het kloppen van eikenbomen en het slepen in ruigten leverden de Boomsprinkhaan, de Zuidelijke boomsprinkhaan en de Struiksprinkhaan op. De Sikkelsprinkhaan werd maar op een enkele plekje genoteerd.
In totaal zijn in 2017 dus 14 soorten sprinkhanen gevonden. Misschien kan dit aantal nog iets stijgen, want in 2018 zal het gebied nogmaals worden onderzocht.
Het gebied is ook rijk aan bijzondere dagvlinders, waarvan o.a. de Keizersmantel een mooi voorbeeld is.

Landschap


Sikkel-Piepert


Piepert - Keizers

Verslag: Harry van Buggenum. Foto’s: Harry van Buggenum


Doel: Nieuw Annendaalsbosch

Datum: Zaterdag 15 juli 2017
Tijdstip: 10.00u-16.30u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: Martine Lemmens, Bareena Silverman (New York), fam. Gielen (4 personen), Berend Aukema, Dick Hermes, Willem Vergoossen, Twan Martens, Lo Troisfontaine, Arjan Ovaa, Rob Geraeds, Guido Verschoor, Paul Spreuwenberg

Verslag

De eerste excursie van 2017 is georganiseerd in samenwerkking met de in 2017 opgerichte Wantsenstudiegroep van het NHGL. Het aantal deelnemers was dan ook bijzonder groot. Uiteraard leverde dat een aanzienlijke soortenlijst van wantsen op. In totaal zijn meer dan 60 soorten gevonden (zie wantsen.nhgl.nl). Op het gebied van de sprinkhanen zijn soorten aangetroffen die men in een bos en langs bosranden en bospaden zou moeten aantreffen. Van de veldsprinkhanen zijn dit de Krasser, Bruine sprinkhaan en Ratelaar. Leuk was de aanwezigheid van een Blauwvleugelsprinkhaan en een Kustsprinkhaan langs een van de droge, zonnige zandpaden. De Kustsprinkhaan is een soort van vohtige tot natte graslanden, dus hier betreft het zeer waarschijnlijk een zwervend dier uit het nabij gelegen dal van de Putbeek. De sabelsprinkhanen zijn in ieder geval vertegenwoordigd door Boomsprinkhaan, Struiksprinkhaan, Grote groene sabelsprinkhaan en Bramensprinkhaan. Ook zijn vrij veel nimfen van boomsprinkhanen gezien, die mogelijk tot de Zuidelijke boomsprinkhaan behoren. Bij nader onderzoek later in het seizoen kan hierover uitsluitsel komen. Het Gewoon doorntje is als enige soort uit de groep van de doorntjes gezien. Tot slot kan worden vermeld dat in een groot deel van het Nieuw Annendaals de Boskrekel aanwezig is.

NAB



Onderzoekers

Boskrekel - NAB

Excursieverslagen 2016

Doel: Het Hoefijzer en Verlengde Bemelerberg

Datum: Donderdag 18 aug 2016
Tijdstip: 10.30u-16.00u
Excursieleider: Willem Vergoossen
Overige deelnemer: Harry van Buggenum

Verslag

In aansluiting op een eerdere excursie naar de kalkgraslanden van dit deel van Zuid-Limburg (zie het verslag van de excursie naar de Bemelerberg van 6 aug. 2016) werden Het Hoefijzer en de Verlenge Bemelerberg onderzocht. Al snel werd geconstateerd dat enkele exemplaren van het Kalkdoorntje het volwassen stadium hadden bereikt. Vooral op de Verlengde Bemelerberg waren echter van deze soort nog veel nimfen aanwezig.
Ook vandaag waren twee veldsprinkhanen in beide gebieden volop aanwezig, namelijk de Krasser en de Ratelaar. Van de Gouden sprinkhaan zijn slechts enkele exemplaren gevonden. Het Negertje, oftewel Zwart wekkertje, is alleen in het Hoefijzer aangetroffen, terwijl van de Blauwvleugelsprinkhaan slechts enkele exemplaren zijn aangetroffen op de open, schrale kiezelkopjes van de Verlenge Bemelerberg.
Van de sabelsprinkanen lag het aangetroffen aantal soorten hoger. In beide terreinen was het Zuidelijk spitskopje talrijk. Ook de Grote groene sabelsprinkhaan kwam regelmatig voor. In de meeste braamstruwelen zaten Bramensprinkhanen. Het kloppen van eikenbomen en het slepen in ruigten leverde in het Hoefijzer de Boomsprinkhaan, de Zuidelijke boomsprinkhaan en de Struiksprinkhaan op. Deze soorten werden niet gevonden op de vrijwel geheel grazige Verlengde Bemelerberg, maar bij aanvullend onderzoek in de aangrenzende struwelen en bomen zullen deze soorten hier ongetwijfeld worden aangetoond. De Sikkelsprinkhaan was in beide gebieden aanwezig. Op de Verlengde Bemelerberg werden we verrast door enkele tsirpende Lichtgroene sabelsprinkhanen. Deze “nieuwe” soort voor Nederland blijkt inmiddels vaste populaties in Zuid-Limburg te hebben. In totaal zijn deze dag dus 14 soorten sprinkhanen gevonden. Uiteraard zorgde de fraaie kalkgraslanden en kalkrotsen, met hun bijzondere plantensoorten voor interessante floristische waarnemingen.

Hoefijzer_1

Hoefijzer_2

Verlengde_open

Verlengde_1


Verslag en foto's: Harry van Buggenum


Doel: Natuurontwikkelingsgebied Beatrix-hoeve

Datum: vrijdag 12 augustus 2016
Tijdstip: 11.00u-16.30u
Excursieleiders: Jan Boeren & Harry van Buggenum
Overige deelnemers: Willem Vergoossen, Guido Verschoor, Linda Wortel, John van den Berg, Anja van Halbeek, Anita janssen

Verslag

Het enkele jaren geleden ingerichte natuurontwikkelingsgebied met "particulier natuurbeheer" ligt ten oosten van Roermond, nabij de Duits-Nederlandse grens in het brongebied van de Maasnielderbeek. Een deel van het terrein bestaat uit onvergraven, extensief begraasde graslanden (runderen). In een ander deel is de voedselrijke bouwvoor van de voormalige landbouwgronden afgegraven en zijn er grote poelen en een natuurlijk verlopend bovenloopje van de beek aangelegd. Dit deel wordt begraasd door schapen.
De weersvoorspellingen (zonnig weer) kwamen helaas niet uit. Vrijwel de hele dag hadden we te maken met licht bewolkt, maar wel droog weer. Er werd door de sprinkhanen dus maar spaarzaam gestjirpt. Desondanks zijn er de volgende soorten aangetoond. Van de sabelsprinkhanen blijken Zuidelijk spitskopje en Gewoon spitskopje aanwezig te zijn. Ook de Greppelsprinkhaan, de Grote groene sabelsprinkhaan, de Sikkelsprinkhaan, de Zuidelijke boomsprinkhaan en de Bramensprinkhaan zijn aanwezig. In totaal dus zeven soorten sabelsprinkhanen.
Van de veldsprinkhanen werden zes soorten aangetoond, te weten de Krasser, de Gouden sprinkhaan, de Ratelaar, de Bruine sprinkhaan, de Kustsprinkhaan en de Moerassprinkhaan. Van de doornsprinkhanen blijkt in ieder geval het Zeggedoorntje voor te komen. In het aangrenzende bosgebied zitten Boskrekels.
Met een dagtotaal van 15 soorten mag het jonge natuurontwikkelingsgebied al voor sprinkhanen als soortenrijk worden bestempeld. Bij aanvullend onderzoek kunnen in het gebied waarschijnlijk nog meer soorten worden aangetoond, zoals Struiksprinkhaan, Zanddoorntje en Gewoon doorntje.  De kers op de taart werd dit keer verzorgd uit de ornithologische hoek. De in dit gebied al enige tijd aanwezige Slangenarend liet zich op een gegeven moment goed zien, dus de meegenomen verrekijkers kwamen goed van pas.

Beatrixhieve-1

Beatrixhoeve-2


Breatrixhoeve-3

Verslag: Harry van Buggenum. Foto’s: Harry van Buggenum

Doel: Bemelerberg

Datum: Zaterdag 6 augustus 2016
Tijdstip: 11.00u-16.30u
Excursieleiders: Arjan Ovaa & Harry van Buggenum
Overige deelnemer: Willem Vergoossen, Guido Verschoor, Henk Heijligers, Joris Verhees

Verslag

De Bemelerberg is een van fraaie kalkgraslanden in het Zuid-Limburgse heuvelland. In de afgelopen jaren is het gebied van de Stichting het Limburgs Landschap vrij goed onderzocht op de aanwezige natuurwaarden. Vanwege de aanpassingen in het begrazingsbeheer door middel van schapen en de uitbreiding van het gebied ontbrak echter een goed en recent overzicht van de aanwezige sprinkhanen.
Het onderzoek leverde zeven soorten sabelsprinkhanen op, namelijk het Zuidelijk spitskopje (vrijwel overal aanwezig), de Greppelsprinkhaan (op slechts één locatie), de Grote groene sabelsprinkhaan (verspreid), de Sikkelsprinkhaan (regelmatig en in vrij grote aantallen), de Zuidelijke en Gewone boomsprinkhaan (op enkele locaties, maar waarschijnlijk talrijk), de Bramensprinkhaan (meerdere locaties) en de Struiksprinkhaan (meerdere locaties).
Van de veldsprinkhanen werden zes soorten aangetoond, te weten de Krasser (overal zeer talrijk), de Gouden sprinkhaan (incidenteel), de Ratelaar (talrijk), het Negertje (zeer talrijk en overal), de Blauwvleugelsprinkhaan (incidenteel), en de bijzonderheid van het gebied, het Schavertje (slechts enkele exemplaren). Van de doornsprinkhanen zijn alleen nimfen gevangen, waarschijnlijk van het Kalkdoorntje. Uit de groep van krekels is een exemplaar gevonden van de recent gevestigde Boomkrekel.
Met een dagtotaal van 15 soorten was de excursie zeer geslaagd. Bovendien zorgden de waargenomen sprinkhaanpredatoren, te weten Levendbarende hagedissen, de (ooit uitgezette) Muurhagedissen en Hazelwormen voor een herpetologische afwisseling.

Bemelerberg

Bemelerberg_groep

Schavertje halsschild_vr

Boomkrekel_WV


Verslag: Harry van Buggenum.
 Foto’s: Harry van Buggenum (gebied), Willem Vergoossen (Boomkrekel) en Henk Heijligers (Schavertje en groep)


Doel: Natuurontwikkelingsgebied Ingendael (Geuldal bij Houthem- St.Gerlach)

Datum: Maandag 25 juli 2016
Tijdstip: 11.00u-16.30u
Excursieleiders: Harry van Buggenum en Guido Verschoor
Overige deelnemer: Walther van der Coelen

Verslag

Ongeveer 20 jaar geleden zijn in een voormalig landbouwgebied in het dal van de Geul maatregelen getroffen om de natuur nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden te bieden. Het betreft o.a. vernattingsmaatregelen en het inzetten van extensieve jaarrondbegrazing door Galloway-runderen. Het terrein van de Stichting het Limburgs Landschap is voor het publiek vrij toegankelijk. Inmiddels is een grote variatie aan biotopen ontstaan. Van de veldsprinkhanen is uiteraard de algemene Krasser overal in het gebied aangetroffen. De Ratelaar is alleen aangetroffen in de droge, kortgrazige vegetatie langs een fietspad. Op één locatie bleek een grote populatie van de vochtminnende Kustsprinkhaan aanwezig te zijn, met meer dan 100 dieren. Deze in Zuid-Limburg zeldzame soort is hier in 2014 voor het eerst waargenomen. Een andere vochtminnende soort, namelijk de Moerassprinkhaan, was nog niet van Ingendael bekend, maar ook van deze in Zuid-Limburg zeldzame soort zijn enkele exemplaren waargenomen. Waarschijnlijk hebben we dus te maken met een gevestigde populatie. Van de Gouden sprinkhaan werden verspreid in het gebied telkens enkele mannetjes en vrouwtjes gezien. De sabelsprinkhanen blijken te worden vertegenwoordigd door beide soorten spitskopjes (Gewoon en Zuidelijk), de Grote groene sabelsprinkhaan en enkele soorten waarvan de naam op hun belangrijkste biotoop duidt: de Boomsprinkhaan, de Struiksprinkhaan, de Bramensprinkhaan en de Greppelsprinkhaan. Ondanks gericht speuren naar doornsprinkhanen is van deze groep geen enkele exemplaar waargenomen. Al met al leverde deze inventarisatiedag het mooie aantal van twaalf soorten op.

Ingendael_overzicht.JPG

Ingendael_kustspr

Ingendael_onderzoekers

Ingendael_web

Verslag: Harry van Buggenum. Foto’s: Harry van Buggenum en Guido Verschoor


Doel: Dal Putbeek – Maria Hoop

Datum: Donderdag 21 juli 2016
Tijdstip: 11.00u-15.00u
Excursieleiders: Harry van Buggenum
Overige deelnemer: Dré Gielen

Verslag

Onder voor sprinkhaanonderzoek prima weersomstandigheden werd een deel van het dal van de Putbeek in het Echter Broek bij Maria Hoop verkend. De beek is hier in 2005 in een strook van ongeveer 30-40 m breed op een natuurvriendelijke wijze ingericht. De vegetatie heeft zich spontaan kunnen ontwikkelen. De beek is inmiddels over lange trajecten beschaduwd door hoge bomen (wilgen, zwarte elzen, berken) of voorzien van een rietkraag en andere moerasvegetaties. Een aantal runderen moeten door middel van seizoensbegrazing voor een structuurrijke begroeiing zorgen, met een afwisseling van korte en ruige kruidachtige vegetaties en struweel. De overgang naar het aangrenzend intensief landbouwgebied wordt jaarlijks over een breedte van 3 meter gehooid voor de ontwikkeling van bloemrijk grasland. Een terreindeel met hogere grondwaterstanden wordt beheerd als (veldrus-)hooiland. De verkenning door middel van zicht- en geluidwaarnemingen leverde vijf soorten sabelsprinkhanen op, namelijk het Gewoon spitskopje, het Zuidelijk spitskopje, de Greppelsprinkhaan, de Grote groene sabelsprinkhaan en de Sikkelsprinkhaan. Van de veldsprinkhanen werden eveneens vijf soorten aangetoond, te weten de Krasser, de Gouden sprinkhaan, de Moerassprinkhaan, de Bruine sprinkhaan en de Kustsprinkhaan. Aanvullend onderzoek (“slepen en kloppen”) zal ongetwijfeld nog meer soorten opleveren, maar het hier vermelde spectrum duidt al op een variatie aan vegetatietypen en de aanwezigheid van natte én droge biotopen voor sprinkhanen..

Putbeekal_putbeek

Putbeekdal_hooiland

Verslag: Harry van Buggenum. Foto’s: Harry van Buggenum

 

Excursieverslagen 2015

Doel: Beegderheide – excursie 11

Datum: Vrijdag 11 september 2015
Tijdstip: 10.30u-16.00u
Excursieleiders: Harry van Buggenum
Overige deelnemer: Jacques Vermeulen 

Verslag

Het onderzoek naar de verspreiding van de sprinkhanen en krekels van de Beegderheide leverde vandaag - als waarschijnlijk laatste velddag van het seizoen - geen nieuwe soorten op. Naast een Veldkrekel zijn van de doornsprinkhanen het Gewoon doorntje en Zanddoorntje aangetroffen. De veldsprinkhanen zijn weer volop vertegenwoordigd door het Knopsprietje, de Snortikker en het Zwart wekkertje. De Ratelaar en de Krasser komen vandaag ook nog regelmatig voor. Het seizoen van het Schavertje is duidelijk voorbij. Slechts hier en daar doken enkele exemplaren op. Dat geldt ook voor de Blauwvleugelsprinkhaan. De Moerassprinkhaan is daarentegen nog in een redelijke aantal aanwezig.
Van de sabelsprinkhanen zijn beide soorten spitskopjes (Gewoon en Zuidelijk) nog actief. Dat geldt ook voor de Grote groene sabelsprinkhaan. In een jonge berkenopslag laat de Sikkelsprinkhaan zich zien. Een opvliegend exemplaar belandt in een spinnenweb, wat binnen enkele seconden het vroegtijdig levenseinde van dat exemplaar betekende. Ondanks fanatiek kloppen op takken van eikenbomen laat de Boomsprinkhaan vandaag verstek gaan. Het soortenaantal blijft deze dag daardoor steken op vijftien.

Beegderheide-11-9


Fransche berg - berkjes


Sikkelsprinkhaan in web

Verslag en foto's: Harry van Buggenum.


Doel: Goudsberg (Walem), Gerendal en Geuldal

Datum: Vrijdag 28 augustus 2015
Tijdstip: 10.30u-16.30u
Excursieleiders: Guido Verschoor & Harry van Buggenum
Overige deelnemers: Willem Vergoossen, Linda Wortel, Regina Vlijm

Verslag

De eerste terreinen van de Vvereniging Natuurmonumenten die deze dag zijn bezocht betreffen droge kalk- en schraalgraslanden - in ontwikkeling - in het gebied de Goudsberg bij Walem. De hier aangetroffen veldsprinkhanen zijn Krasser, Ratelaar en Gouden sprinkhaan. Van de sabelsprinkhanen konden hier de volgende soorten worden genoteerd: Sikkelsprinkhaan, Greppelsprinkhaan, Zuidelijk spitskopje, Grote groene sabelsprinkhaan en Bramensprinkhaan. De droge (kalk-)graslanden in het Gerendal leverden helaas geen nieuwe soorten op. In de namiddag is daarom een bezoek gebracht aan een vochtige graslanden in het Geuldal bij Kasteel Schaloen. Naast die hierboven vermelde soorten konden hier aan de lijst-van-de-dag worden toegevoegd: de Zuidelijke boomsprinkhaan, het Gewoon spitskopje en de Moerassprinkhaan, waardoor het aantal aangetroffen soorten toch nog de tien passeerde.

Goudsberg

Greppelsprinkhaan

Gerendal

Schaloen

Gewoon spitskopje - Schaloen

Moerassprinkhaan - Schaloen


Verslag: Harry van Buggenum. Foto’s: Harry van Buggenum en Guido Verschoor


Doel: Beegderheide – Excursie 10

Datum: Vrijdag 14 augustus 2015
Tijdstip: 12.00u-16.30u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: geen

Verslag

Vanaf de parkeerplaats aan de Defensieweg zijn allereerst de wegbermen richting AZC onderzocht. Hier zijn alle drie de soorten veldsprinkhanen uit de Ratelaar-groep aanwezig, namelijk de Ratelaar, Bruine sprinkhaan en Snortikker. Naast de Krasser en het Knopsprietje laten ook de Zwarte negertjes zich regelmatig horen. Het kloppen op eikentakken levert een vrouwtje Struiksprinkhaan op. Op een open grazige plek roept een Zuidelijk spitskopje.
Vervolgens wordt het deelgebied Exatenbos geinventariseerd, waar nog enkele vennen, een graslandje en kleinere heiderestantjes liggen. De soortenlijst is hier aangevuld met Grote groene sabelsprinkhaan, Gewoon spitskopje en Zanddoorntje (een volwassen vrouwtje).

Exatenbos - ven

Exatenbos- pad

Verslag en foto’s: Harry van Buggenum.

Doel: Beegderheide – Excursie 9

Datum: Donderdag 13 augustus 2015
Tijdstip: 10.30u-15.30u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: Willem Vergoossen

Verslag

Het kwik stijgt in de loop van deze inventarisatiedag weer tot ruim boven de 30 graden Celsius. Het deelgebied dat wordt bezocht is de Tuspeel. Hier zou het Wekkertje moeten voorkomen, een voor Limburg zeer zeldzame veldsprinkhaan.
Bij het Vloasven worden enkele voor deze omgeving algemene soorten gezien en gehoord, namelijk de Krasser, de Grote groene sabelsprinkhaan, het Zwarte wekkertje, het Zuidelijk en het Gewoon spitskopje. Daarnaast worden Ratelaars, Snortikkers en de Bruine sprinkhaan gevonden. Het wandelpad langs de Lange Vlieter blijkt een perfecte locatie te zijn om deze laatste drie soorten op geluid en uiterlijk te leren kennen. Ze komen er namelijk naast elkaar en massaal voor. Ook vliegt hier regelmatig een Blauwvleugelsprinkhaan op. In het bos naast de Tuspeel roepen Boskrekels, een soort waarvan de verspreiding in deze regio door gericht onderzoek beter in kaart zou moeten worden gebracht.
Alhoewel de hiervoor genoemde soorten wel zijn aangetroffen valt de Tuspeel zelf qua aantal exemplaren vandaag wat tegen. Misschien vinden de sprinkhanen het te heet om erg actief te zijn. Wel komt in de Tuspeel de Moerassprinkhaan redelijk talrijk voor, wat het soortenaantal van de dag op 11 brengt. Uiteraard ligt het daadwerkelijk aantal hoger, maar daarvoor zal struikgewas en eik moeten worden “geklopt” (voor Struik- en Boomsprinkhaan) en kan in de nazomer of voorjaar op doorntjes worden gezocht. Vandaag konden deze niet worden gedetermineerd omdat de gevangen exemplaren allemaal nimf zijn. Het voorkomen van het Wekkertje is niet bevestigd, dus deze rekening blijft open staan.

Tuspeel

Lavemdelheide

Verslag en foto’s: Harry van Buggenum.


Doel: Beegderheide – Excursie 8

Datum: Donderdag 6 augustus 2015
Tijdstip: 10.30u-16.30u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: Leo Cupers en John van den Berg

Verslag

Ditmaal ligt het accent op het deelgebied De Ontginning, een afwisseling van vooral wat drogere heide en vochtige terreindelen, veldjes met pijpenstrootje en andere grasveldjes, zandpaden, opslag van houtige gewas, solitaire bomen en bos.
De Krasser, Ratelaar, Snortikker en het Knopsprietje komen weer veel voor. Ook het Zwart wekkertje duikt vrijwel overal op. Langs de meeste zandpaden zijn Blauwvleugelsprinkhanen te zien. Ook in dit deelgebied is het Schavertje een algemene verschijning. Door het kloppen op eikentakken wordt de eerst Boomsprinkhaan gevonden en even later een Struiksprinkhaan. In de opslag van jonge berkjes zit de Sikkelsprinkhaan. Hier en daar blijkt het Zuidelijk spitskopje aanwezig te zijn. Op de terugweg naar de parkeerplaats komen we langs de tot nu enige locatie vindplaats van de Beegderheide waar de Heidesabelsprinkhaan is aangetroffen, de omgeving van het Fengersven. Vandaag stjirpen er twee mannetjes.

Ontginning-1

Ontgining-2

Verslag en foto’s: Harry van Buggenum.


Doel: Beegderheide – Excursie 7

Datum: Vrijdag 31 juli 2015
Tijdstip: 10.30u-16.30u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: Jacques Vermeulen, Petra Vermeulen, Sepp Vermeulen, Fiene Vermeulen, Annie Derckx, Leo Cupers

Verslag

Het bezoek aan het deelgebied Fransche berg blijkt zeer succesvol te zijn. Door een oude vitrage onder lage takken van zomereiken te leggen kon op meerdere plaatsen door middel van “kloppen en schudden” de daardoor omlaag vallende Boomsprinkhanen gemakkelijk worden aangetoond. Waarschijnlijk zit deze soort in alle eiken van het gebied. Een enkele keer blijkt ook de Struiksprinkhaan aanwezig te zijn, maar deze soort is ook in lage opslag van berkjes en bramen aangetroffen. Ook blijkt dit de habitat te zijn van de Sikkelsprinkhaan. Van de overige sabelsprinkhanen zijn uiteraard wederom het Zuidelijk en het Gewoon spritskopje present. Op het einde van de middag zong op één locatie een mannetje van de Heidesabelsprinkhaan, een soort die hier nog steeds zeer zeldzaam is.
De waarneming lijst van de veldsprinkhanen levert geen echte verrassingen meer op. Het Knopsprietje en de Snortikker zijn op de droge, open terreindelen volop aanwezig. Af en toe tsjirpt er een Ratelaar of een Bruine sprinkhaan. Blauwvleugelsprinkhanen leveren bij het opvliegen telkens weer een mooie verschijning op. De Zwarte wekkertjes, of met hun nieuwe de “Zwarte wekkertjes”, komen veel voor. Van de Moerassprinkhaan worden vandaag echter maar twee dieren gezien. Waarschijnlijk is het op de Beegderheide een schaars voorkomende soort. Op grazige plekjes langs venranden en tussen de struikheide worden ook enkele Schavertjes gevangen. Van de doorntjes is alleen het Gewoon doorntje gevonden. Met een soortenaantal van vijftien is het een uitermate soortenrijke inventarisatiedag geworden.

Sikkelsprinkhaan

Fransche berg - ven

Verslag en foto's: Harry van Buggenum.



Doel: Beegderheide – Excursie 6

Datum: Vrijdag 24 juli2015
Tijdstip: 10.30u-16.30u
Excursieleider: Harry van Buggenum

Verslag

Omdat het besluit om te gaan inventariseren pas ’s ochtends bekend is gemaakt, namen er dit keer geen anderen aan het onderzoek deel. De weersvoorspellingen duidden op een wat bewolktere dag, maar gelukkig bleef het de hele dag vanaf 10.30u tot laat in de middag mooi weer, dus de sprinkhanen hebben zich goed laten zien en horen. Ditmaal is de omgeving van de Koeven onderzocht en is de hele dag (letterlijk) onder hoogspanning gewerkt. Al snel worden – voor de eerste keer dit jaar op de Beegderheide - enkele Struiksprinkhanen en Boomsprinkhanen gevonden. Ook de Grote groene sabelsprinkhaan blijkt present te zijn en ontbreken beide soorten spitskopjes ook in dit deelgebied niet. In de jonge opslag van Ruwe berk blijken nimfen van de Sikkelsprinkhaan te zitten, waarmee het lijst van sabelsprinkhanen kan worden afgesloten.
Langs de talrijke zandpaadjes onder de hoogspanningsleidingen is het Knopsprietje het talrijkst aanwezig. Regelmatig vergezeld door Snortikkers en Ratelaars. Soms vliegt een Blauwvleugelsprinkhaan op. Op de graziger stukjes zitten ook Krassers. Dé soort van de Beegderheide, het Schavertje, kan hier als algemeen worden beschouwd. Vrijwel overal worden dieren aangetoond. Dit geldt ook voor het Negertje, die hier grote populaties heeft. Tot slot moet de vangst van een volwassen mannetje van het Gewoon doorntje worden vermeld, waardoor het soortenaantal van deze dag op maar liefst 14 uitkomt.  Het totaal aantal op de Beegderheide aangetroffen soorten krekels en sprinkhanen stijgt inmiddels tot 20.


Hoogspanning


groen vlindertje

Groene weide-uil (Calamia tridens) (det. Guido Verschoor)

Verslag en foto's: Harry van Buggenum.


Doel: Beegderheide – Excursie 5

Datum: Woensdag 22 juli 2015
Tijdstip: 10.30u-16.30u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: Annie Derckx

Verslag

Op deze vijfde inventarisatiedag van 2015 is  onder andere een terreindeel van de Stichting het Limburgs Landschap bezocht. De droge en natte heide en de plagplekken met o.a. Kleine zonnedauw, Moeraswolfsklauw, Bruine en Witte snavelbies worden begraasd door een kleine kudde geiten. Het gebied bevat echter vele duizenden jonge Grove dennen, dus handmatig verwijderen is binnenkort nodig om verbossing tegen te gaan. Daarnaast is ook een deel van het gemeentelijk eigendom onderzocht.
Het blijkt dat de doornsprinkhanen als nimf aanwezig te zijn. Omdat in het voorjaar vooral Gewone doorntjes zijn gevonden, gaat het waarschijnlijk steeds om deze soort. Ook van de Veldkrekel lopen vandaag al verschillende nimfen rond. De Knopsprietjes en Zwarte wekkertjes worden het talrijkst en overal gezien, maar ook de Snortikkers, Krassers en Ratelaars laten zich regelmatig horen. Van het Schavertje zijn weer enkele nieuwe vindplaatsen geregistreerd. Van de Blauwvleugelsprinkhaan worden  nimfen en volwassen dieren gevonden. De ondiepe vennen zijn inmiddels geheel of bijna helemaal uitgedroogd. Het Zuidelijk en het Gewoon spitskopje vullen de soortenlijst aan. Op een locatie is voor het eerst dit jaar de Sikkelsprinkhaan aangetoond (een mannelijke nimf). Ondanks het kloppen in eikenbomen is helaas geen Boomsprinkhaan gevonden. Een volgende keer misschien. Met een soortenaantal van meer dan tien is het toch een goede inventarisatiedag geworden.

geiten


verdroogd ven

Verslag en foto's: Harry van Buggenum 


Doel: Daolkesberg (Walem)

Datum: Vrijdag 17 juli 2015
Tijdstip: 10.30u-16.00u
Excursieleiders: Guido Verschoor & Harry van Buggenum
Overige deelnemers: Paul Spreuwenberg, Linda Wortel, Arnold Bakker

Verslag

Al in de ochtenduren is duidelijk dat de temperatuur op de zuidelijk geëxponeerde kalkgraslanden en bloemrijke hooilanden van de Vereniging Natuurmonumenten vandaag tot ruim boven de 30 graden Celsius gaat uitkomen. Gewapend met voldoende drank en proviand gaan de excursiedeelnemers op zoek naar de sprinkhaanfauna van dit gebied.
Het Kalkdoorntje is maar op één plekje aangetroffen. Krassers zijn overal aanwezig, soms in grote aantallen. Van de groep van de bruine sprinkhanen worden veel Ratelaars en af en toe een Bruine sprinkhaan waargenomen. De enige andere waargenomen veldsprinkhaan betreft de Gouden sprinkhaan.
Van de sabelsprinkhanen blijkt de Greppelsprinkhaan vrijwel overal in de niet gemaaide terreindelen en langs de ruigere randen van de graslanden voor te komen. Ook van het Zuidelijk spitskopje zijn regelmatig volwassen exemplaren gezien. Daarnaast blijken er nog vrij veel nimfen van deze soort aanwezig te zijn. In een brandnetelruigte aan de voet van een kalkhelling blijken meer dan tien Grote groene sabelsprinkhaan aanwezig te zijn. Door middel van wat slepen en kloppen worden enkele Struiksprinkhanen en een Boomsprinkhaan aangetoond. Uiteraard ontbreekt in dit Zuid-Limburgse gebied de Bramensprinkhaan niet. Van de Sikkelsprinkhaan zijn nimfen en een volwassen mannetje gezien. Daarmee komt het soortenaantal van deze excursie dag op twaalf.
Enkele andere vermeldwaardige waargenomen insecten zijn Oranje luzernevlinders, het Muntvlindertje en een tweetal nestjes van de Bergveldwesp.

Kalkdoorntje

Daolkesberg - bord

Krasser - mm

Daolkesberg - overzicht

Metr roeselii

Muntvlindertje


Verslag: Harry van Buggenum.
Foto’s: Guido Verschoor (Kalkdoorntje, Greppelsprinkhaan, Krasser en Muntvlindertje) en Harry van Buggenum (overzichten)



Doel: Beegderheide – Excursie 4

Datum: Vrijdag 10 juli 2015
Tijdstip: 10.30u-16.30u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: Marianne Vos, Jan Hermans, Piet Rutten, Jacques Vermeulen, John van den Berg

Verslag

Op deze zonovergoten vrijdag heeft de eerste zomerinventarisatie van 2015 plaats gevonden. De afgelopen periode is droog en erg warm geweest, dus ideaal weer voor de ontwikkeling van sprinkhanen. De mannelijke Veldkrekels blijken nog steeds actief te zijn. Waarschijnlijk de laatste van het seizoen. Nadat de eerste Krassers, Knopsprietjes, Zwarte wekkertjes en Snortikkers worden gevonden, wordt op een onverwachte locatie een grote populatie met meerdere tientallen Schavertjes ontdekt. Deze in Limburg zeldzame veldsprinkhaan blijkt ook elders in het terrein nog in grote aantallen voor te komen. De Moerassprinkhaan blijkt al op meerdere locaties langs de venranden en in vochtige laagtes aanwezig te zijn. Ook de Ratelaar wordt regelmatig gehoord of gezien. Van de Blauwvleugelsprinkhaan wordt eerst een nimf gevangen, maar er blijken ook al volwassen dieren aanwezig te zijn. vooral de overgangen tussen de struikheide en de zandpaden zijn geschikte leefgebieden voor deze soort. In dergelijke biotopen is ook het Knopsprietje zeer talrijk aanwezig. Langs de vochtige vennen worden regelmatig nimfen van spitskopjes gevangen. Het tsjirpen van enkele volwassen mannetjes duidt erop dat het hier beide soorten kan betreffen (het Zuidelijk en het Gewoon spitskopje). Van de doorntjes is dit keer alleen het Gewoon doorntje gevonden. Met een soortenaantal van 11 is het goede inventarisatiedag geworden.

Schavertje - detail


Excursie 10juli2015

Zandpad

Nimf

Verslag: Harry van Buggenum. Foto’s: John van den Berg (nimf Blauwvleugelsprinkhaan en Schavertje) en Harry van Buggenum (overzichtsfoto's)


Doel: Beegderheide – Excursie 3

Datum: Vrijdag 15 mei 2015
Tijdstip: 10.30u-16.00u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: Jan Meex, Wil Hecker, Annie Dercks, Jacques Vermeulen, Petra Vermeulen, Sepp Vermeulen, Finie Vermeulen

Verslag

Ditmaal is het deelgebied Fransche Berg onder de loep genomen op het gebied van doornsprinkhanen en Veldkrekels. Opa en oma Vermeulen hebben twee enthousiaste kleinkinderen meegenomen, die hun uiterste best hebben gedaan om de buit binnen te halen. Van de doornsprinkhanen blijken hier drie soorten aanwezig te zijn: Gewoon doorntje (massaal), Zanddoorntje en Zeggedoorntje (beide schaars). Van de Veldkrekel zijn meerdere exemplaren gehoord en zijn er enkele gezien. Ook de nimfen van Knopsprietjes duiken regelmatig op. Daarnaast zijn langs de randen van de vennen diverse Levendbarende hagedissen, Watersnuffels, Vuurjuffers, Lantaarntjes, Viervlekken en Hooibeestjes geregistreerd.

Sepp en Fiene

Veldkrekel

Watersnuffel

Hooibeestje

Verslag: Harry van Buggenum.
Foto’s: Jacques Vermeulen (bovenste foto) en Jan Meex (overige foto's)


Doel: Beegderheide – Excursie 2

Datum: Vrijdag 8 mei 2015
Tijdstip: 11.30u-16.00u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: John van den Berg en Annie Derckx

Verslag

Een ingelaste excursie om het resterende deel van de Beegderheide op doornsprinkhanen te onderzoeken levert naast de ruim 150 Gewone doorntjes, met de korte en dakvormige doorn en nieuwe soort op, namelijk het Zanddoorntje (Tetrix ceperoi). Dit is een van de twee te verwachten soorten met een lange, min of meer platte doorn. Van de Veldkrekel worden meerdere roepende mannetjes gehoord. Daarnaast verschijnen er al nimfen uit de groep van de veldsprinkhanen, waaronder de goed herkenbare Knopsprietjes (Myrmeleotettix maculatus).

Verslag: Harry van Buggenum.

Doel: Beegderheide – Excursie 1

Datum: Vrijdag 17 april 2015
Tijdstip: 10.30u-16.00u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: John van den Berg, Wil Hecker, Jan en Annie Derckx, Antoinette van Oosten, Har Helwegen, Olaf op den Kamp

Verslag

Het belangrijkste doel van deze voorjaarsexcursie is om te onderzoeken welke soorten doornsprinkhanen in het gebied zitten. De soorten uit deze groep overwinteren immers vooral als volwassen exemplaar en zijn in het voorjaar goed op naam te brengen. Daarnaast is er een kans om de Veldkrekel (Gryllus campestris) al aan te treffen. De mooie opkomst vanuit de Vrienden van de Beegderheide heeft ervoor gezorgd dat door middel van hand- en sleepnetvangsten maar liefst 175 exemplaren zijn verzameld. Het blijkt in alle gevallen te gaan om het Gewoon doorntje (Tetrix undulata). Daarnaast zijn enkele tientallen nimfen gevonden. Van de Veldkrekel zijn enkele holletjes en nimfen gevonden.

Excursiedeelnemers


Gewoon doorntje

Buisje met doorntjes

Verslag: Harry van Buggenum.
Foto’s: John van den Berg


Excursieverslagen 2014

Doel: Itteren

Datum: Zaterdag 2 augustus
Tijdstip: 10.30u-13.00u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: Karine Letourneur, Nicole Cordewener, Frank van Hoogstraten

Verslag

Het belangrijkste doel was om te onderzoeken welke soorten in dit “witte” gebied aanwezig zijn. Uit een klein struweeltje , met meidoorn en gewone vlier als begroeiing, kwam als eerste soort van de dag een Boomsprinkhaan tevoorschijn. In de ochtenduren bleken de Krasser, het Zuidelijk spitskopje en de Ratelaar zich in een aanwezig grasland op te warmen in de opkomende zon. Op basis van de vleugelkenmerken werd ook nog een mannetje van de Bruine sprinkhaan gedetermineerd. Een vrouwelijk exemplaar van een veldsprinkhaan werd uitgebreid bestudeerd. In eerste instantie werd gedacht aan een langvleugelig exemplaar van de Krasser, maar o.a. het verloop van  het plotseling verbrede radiaalveld en de lichte knieën duidden op een vrouwtje Kustsprinkhaan. Deze soort wordt in het dal van de Grensmaas zeer sporadisch waargenomen. Later op de ochtend werden ook meerdere mannetjes gevonden aan de voet van een Maasdijk. Grote groene sabelsprinkhanen lieten zich af en toe horen. Als laatste soort van de dag werd op de Maasdijk een mannetje van de Gouden sprinkhaan gevangen.
Ter plaatse bleek ook een exemplaar te staan van een "ruit"(Wijnruit? Poelruit?). Het bleek te gaan om de Kleine ruit (Thalictrum minus), een plantensoort die volgens de Nederlandse verspreidingsatlas (http://www.verspreidingsatlas.nl/1953) nog maar één keer in (Noord-)Limburg is waargenomen.

Helaas begon het weer even na het middaguur om te slaan, zodat werd besloten om de excursie te beëindigen. De eerste verkenning heeft echter duidelijk gemaakt dat in dit deel van het Maasdal nog een verrassende sprinkhaanfauna valt te ontdekken. Een nader onderzoek zal dit kunnen bevestigen …..


Dorpsrand


Maasdijk

Kleine ruit


Verslag: Harry van Buggenum.
Foto’s gebied en Kleine ruit: Nicole Cordewener
Foto Kustsprinkhaan: Karine Letourneur


Doel: Imstenraderbos 

Datum: Donderdag 31 juli 2014 en 8 augustus 2014
Tijdstip: 10.30u-14.00u (31 juli) en 10.30-16.00u (8 augustus)
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: Linda Wortel, Corrie Meijer, May Arets, Guido Verschoor

Verslag

Ingeklemd tussen een aantal drukke autowegen en het bebouwde gebied van Heerlen ligt een restant van het oorspronkelijke Zuid-Limburgse heuvellandschap met steile hellingen en plateaus. Oud bos, jonge bosaanplant, intensief landbouwgebied, extensieve hooilanden, hagen en kleine (holle) wegen wisselen elkaar op korte afstand af. Een groot deel van het gebied is inmiddels in eigendom en beheer van de Vereniging Natuurmonumenten.
In de graslanden zijn de Ratelaar, Krasser en het Zuidelijk spitskopje zeer algemeen. Ook van de Gouden sprinkhaan zijn veel exemplaren gevonden, zowel mannetjes en vrouwtjes. Van de Greppelsprinkhaan zijn vooral  tsjirpende dieren gehoord, maar deze soort bleek een ruime verspreiding te hebben. Deze en de vorige soort profiteren van de brede grasstroken, die de Vereniging Natuurmonumenten laat staan bij het hooilandbeheer.
Uiteraard ontbrak ook de Grote groene sabelsprinkhaan niet. Van de in Zuid-Limburg algemeen voorkomende Bramensprinkhaan werden op diverse locaties dieren gezien of gehoord. Het kloppen op eikentakken langs een bosrand leverde een Boomsprinkhaan op. Verrassend was het aantreffen van een mannetje van de Zuidelijke boomsprinkhaan in een solitair eikje in een weiland. Het aantal soorten blijft steken op negen, maar dat lage aantal heeft wellicht ook te maken met het feit dat alleen het westelijke deel van het Imstenraderbos is onderzocht. Wellicht zijn nog enkele andere (algemene) soorten in het Imstenraderbos aanwezig.

Overzicht

Hooiwei

Brede grasstroken

Verslag: Harry van Buggenum


Doel: Kreupelbusch - Abdissenbosch

Datum: Dinsdag 24 juli 2014
Tijdstip: 10.30u-16.00u
Excursieleiders: Harry van Buggenum & Lei Paulssen
Overige deelnemers: Paul Spreuwenberg

Verslag

Het Kreupelbusch is onder prima weersomstandigheden bezocht. De voormalige vuilstortlocatie is met een dik kleipakket afgedekt en ingericht als natuur- en recreatiegebied. Het gebied wordt extensief begraasd. Er is een afwisseling van bosjes, struweel, ruigtkruiden en heischrale vegetaties. Op diverse locaties is nog een onbegroeide bodem aanwezig. In kleine depressies en in aanwezig greppels stagneert regenwater, terwijl het laagste punt van het gebied een grote waterplas bevat, van waaruit het opgevangen water wordt weggepompt. Vrijwel overal zijn Krasser, Ratelaar en Zuidelijk spitskopje aangetroffen. De open, heischrale biotoopjes blijken een geschikt leefgebied voor het Knopsprietje. De Blauwvleugelsprinkhaan en Bruine sprinkhaan zijn maar af en toe aangetroffen. In de aanwezige opslag van berkjes kon af en toe een Sikkelsprinkhaan worden aangetoond. Naast de grote waterplas zaten in de vochtminnende vegetaties met o.a. russen en moerasplanten regelmatig Gewone spitskopjes. Na enige tijd zoeken, werd ook een vrouwtje van de Moerassprinkhaan ontdekt. Ondanks dat er geen andere dieren van deze soort zijn aangetroffen is het – gezien het geschikte biotoop - aannemelijk dat er een kleine populatie aanwezig is. Van de Greppelsprinkhaan werden hier bovendien meerdere tsjirpende mannetjes gehoord. Deze soort bleek ook elders in het Kreupelbusch aanwezig te zijn. De Grote groene sabelsprinkhaan werd maar op een enkele locatie gevonden. Het klop- en sleepwerk leverde ook nog de gewone Boomsprinkhaan op. Helaas werden van de doornsprinkhanen alleen maar nimfen gevonden, zodat het totaal aantal soorten voor dit gebied ten minste elf bedraagt. Aanvullend onderzoek zal zonder twijfel nog meer soorten opleveren, zoals de Struiksprinkhaan, Bramensprinkhaan, Gouden sprinkhaan en enkele doorntjes.

Giebied

Naast plas


Verslag: Harry van Buggenum

Excursieverslagen 2013

Doel: Brunssummerheide – excursie 7

Datum: Donderdag 5 september 2013
Tijdstip: 13.00u-17.00u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: Sandra Lamberts

Verslag

Tijdens deze (misschien wel een van de laatste) zeer geschikte onderzoeksdag voor sprinkhanen op de Brunssummerheide in 2013 steeg het kwik tot boven de 30 graden. De nadruk lag op het zoeken naar de Snortikker, een soort die tot dusver maar weinig in het gebied was aangetroffen. Deze missie is volledig geslaagd. De schrale graslanden op de voormalige vuilstort bij het bezoekerscentrum en allerlei grazige stukjes langs zandpaden bleken op veel plaatsen bevolkt te zijn door deze soort. Ook de Ratelaar was hier veel aanwezig, en uiteraard de Krasser. Op een enkele plaats liet de Bruine sprinkhaan zich horen. Tot onze grote verrassing leverde het kloppen in enkele eikenbomen langs de bosrand de Zuidelijke boomsprinkhaan op. Deze soort is dus ook buiten bebouwd gebied aanwezig. Maar ja,  de Brunssummerheide is wel aan vrijwel alle kanten omgeven door bebouwing. Het Zuidelijk spitskopje was - evenals tijdens de vorige excursies - overal volop aanwezig. De Greppelsprinkhaan werd echter maar op enkele plekjes gezien of gehoord. Uit de droge heide klonk overal het tjirpen van de Heidesabelsprinkhaan, wat vrijwel alleen met behulp van een batdetector kon worden vastgesteld. De Knopsprietjes waren in dit biotoop ook overal te vinden. Van de Blauwvleugelsprinkhaan werd onder andere een paring waargenomen. De Sikkelsprinkhaan verraadde zijn aanwezigheid meestal tijdens het sierlijke wegvliegen uit een heidestruikje of jong berkenboomje. Rondom de Schrieversheidevennen bleek een redelijke populatie Moerassprinkhanen aanwezig te zijn. Het Negertje washier echter schaars. Dat gold ook voor het Gewoon spitskopje, waarvan het voorkomen beperkt was tot een gedeelte met vooral zegges en pitrus. Het slepen leverde op de venoevers weer de nodige doorntjes op. De adulte exemplaren konden worden gedetermineerd tot Zeggedoorntje. Daarnaast werden ook nog enkele Gouden sprinkhanen gevonden. Op het einde van de middag maakte de Grote groene sabelsprinkhaan het daglijste compleet. Het totaal aantal van zeventien waargenomen soorten op een middag bleek een "all-time-high" voor een sprinkhaanexcursie van de Sprinkhanenstudiegroep. En dat terwijl niet eens een Struiksprinkhaan, Boomsprinkhaan of een andere algemene soort werd gezien.















Verslag: Harry van Buggenum (foto's: Sandra Lamberts)


Doel: Barbara's Weerd en Maasdal Lottum

Datum: Zaterdag 17 augustus 2013
Tijdstip: 10.00u-16.00u
Excursieleider: Henk Heijligers
Overige deelnemers: Louis Reutelingsperger, Joof Teeuwen, Harry van Buggenum en ('s middags) Jan Hermans, Marianne Vos, John Hannen.

Verslag

Op zaterdag 17 augustus werd in de ochtend de Barbara’s Weerd bij Landgoed Arcen bezocht. Alhoewel het weer nog niet echt wilde meewerken werden hier in totaal toch 13 soorten aangetroffen [de hier aanwezige Boskrekel werd in de Barbara’s Weerd 's ochtends niet gehoord/gezien; maar werd wel gehoord op de terugreis bij de omgeving van boerderij de Kloosterhof van Landgoed Arcen]. Door met de netten door de vegetatie te slepen kregen we een indruk van soorten als Krasser en Ratelaar. Het kloppen tegen boombladeren leverden respectievelijk Boomsprinkhaan en Struiksprinkhaan op. Daarnaast hebben we ook veel gebruik gemaakt van batdetectoren, oorspronkelijk bedoelt om vleermuizen mee op te sporen, maar ook prima geschikt om de hoge tonen van de sprinkhanen mee te beluisteren. Zo werden soorten als Zuidelijk spitskopje, Grote groene sabelsprinkhaan en Greppelsprinkhaan eenvoudig aangetoond. In combinatie met het slepen leverde dat ook algemene soorten als Gewoon spitskopje en Bruine sprinkhaan op. Maar ook zicht is natuurlijk een prima hulpmiddel: Gouden sprinkhaanSikkelsprinkhaan en Bramensprinkhaan. In totaal leverde het ochtendonderzoek 13 soorten op en vier nieuwe soorten voor het gebied [vergelijking waarneming.nl]: zuidelijk spitskopje, gewoon spitskopje, boomsprinkhaan en sikkelsprinkhaan.
In de middag bezochten we het westelijk deel van de Maas tussen Lottum en Grubbenvorst. Van dit deel langs de Maas zijn zo goed als geen waarnemingen van sprinkhanen bekend [zie waarneming.nl]. De deelgebieden Opperdonk, Siebersbeek, en Kleine Maas leverden in totaal elf soorten op: het Gewoon en Zuidelijk spitskopje, de Krasser, Ratelaar en de Bruine sprinkhaan en soorten als Greppelsprinkhaan, Gouden sprinkhaan, Sikkelsprinkhaan en Grote groene sabelsprinkhaan. Aan het lijstje van de ochtend konden nog twee nieuwe soorten worden toegekend: Kustsprinkhaan en Zeggedoorntje. Opvallend waren hier de waarnemingen van Gouden sprinkhaan en Sikkelsprinkhaan, die toch zeker niet algemeen voorkomen en [naast de andere meer algemene soorten] profiteren van de natuurontwikkelingsterreinen langs de Maas.

BarbarasWeerd_bord

Barbaras Weerd


Studiegroep

GoudenSprinkhaan_HH

Struiksprinkhaan_HH

Verslag en onderste drie foto's: Henk Heijligers
(bovenste twee foto's: Harry van Buggenum)

Doel: Brunssummerheide – excursie 5

Datum: Vrijdag 16 augustus 2013
Tijdstip: 13.00u-17.30u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: Linda Wortel, Mai Arets, Guido Verschoor

Verslag

Het deelgebied De Heikop bestaat grotendeels uit droge heide, heischraal grasland (m.n langs zandpaden) , opslag en solitaire bomen. Langs de rand is naald- en loofbos aanwezig. De vaakst waargenomen soorten waren dan ook Heidesabelsprinkhaan, Knopsprietje, Krasser, Ratelaar en Zuidelijk spitskopje. De Blauwvleugelsprinkhaan en Sikkelsprinkhaan werden regelmatig gezien. Ook werden enkele exemplaren van de Gouden sprinkhaan genoteerd, hetgeen ook geldt voor de Boomsprinkhaan. Van de Bruine sprinkhaan werden meerdere mannetjes gevangen. De Grote groene sabelsprinkhaan ontbrak ook deze inventarisatie-dag niet in het soortenlijstje.
De meest opmerkelijke vondsten waren die van het Negertje. Er kwam op de droge Heikop een populatie voor in een “ erosiedalletje”, waar waarschijnlijk net voldoende hangwater aanwezig is om een vochtige bodem met een begroeiing van Pijpestrootje te creëren.

Bord


Pad

Heikop

Verslag: Harry van Buggenum


Doel: Brunssummerheide – excursie 4

Datum: Vrijdag 8 augustus 2013
Tijdstip: 10.00u-15.30u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: Regina Vlijm, Corrie Meijer, Linda Wortel, John Adams, Mai Arets

Verslag

Tijdens deze onderzoeksdag lag de nadruk op het deelgebied Brandenberg, waar enkele fraaie overgangen aanwezig zijn tussen droge struikheidevegetaties en veenmos-dopheidegemeenschappen, met zeldzame plantensoorten als Klokjesgentiaan, Beenbreek, en Witte snavelbies. Van de veldsprinkhanen werden meerdere locaties gevonden met Krasser, Bruine sprinkhaan en Ratelaar. In de vochtige terreindelen zat overal het Negertje. Hier en daar dook de Gouden sprinkhaan op. Langs de droge, open paadjes zaten regelmatig Knopsprietjes. De sabelsprinkhanen waren uiteraard goed vertegenwoordigd door de Heidesabelsprinkhaan en het Zuidelijk spitskopje. Enig klopwerk in een solitaire eik leverde een Boomsprinkhaan op. De jonge opslag van Ruwe berk en oude struikheide bleek een geschikte verblijfplaats te zijn van de Sikkelsprinkhaan. De Grote groene sabelsprinkhaan liet zich maar sporadisch horen, terwijl het Gewoon doorntje slechts op een locatie met zekerheid werd aangetoond.
In de namiddag werd nog een ander deel van de Brunssummerheide bezocht, waar de Blauwvleugelsprinkhaan het totaal soortenaantal van deze dag op dertien bracht.
Op veel plaatsen werden juveniele Levendbarende hagedissen gezien, terwijl ook de Gouden tor onze aandacht trok. Een exemplaar was “gevangen” door een groep Zwartrugbosmieren.

Sikkelsprinkhaan


Gouden tor

Verslag: Harry van Buggenum

(foto's Sikkelsprinkhaan en Gouden tor met zwartsrugbosmieren door Corrie Meijer)

Doel: Omgeving Wolfhaag-Vaals

Datum: Maandag 5 augustus 2013
Tijdstip: 10.00u-16.30u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: Anke Brouns, Regina Vlijm, Guido Verschoor, Lei Paulssen

Verslag

Sinds enkele jaren verwerft de Stichting Ark in deze omgeving voormalige landbouwpercelen ten behoeve van natuurontwikkeling. Samen met Duitsland en België wordt hier het Drielandenpark ontwikkeld. Vrijwel alle terreinen zijn vrij toegankelijk en worden extensief jaarrond begraasd, onder andere door Schotse Hooglanders. De eerste sprinkhanen lieten zich vanuit een smalle wegberm en aangrenzend grasland horen: de Ratelaar, Krasser en Greppelsprinkhaan. Deze laatste soort werd in vrijwel alle bezochte percelen gehoord en/of gezien. De Greppelsprinkhaan lijkt inmiddels in het meest zuidoostelijke deel van Zuid-Limburg een algemeen voorkomende soort te zijn geworden. Het Zuidelijke spitkopje was eveneens op veel plaatsen aanwezig. Het Gewone spitskopje bleek gebonden te zijn aan de aanwezige kwelgraslanden. Op enkele locaties was de zang van Bramensprinkhanen te horen. Ook de Gouden sprinkhaan is zeer regelmatig aangetroffen. De Struiksprinkhaan en Boomsprinkhaan werden maar op een enkele locatie gezien, maar dat had vooral te maken met het feit dat relatief weinig “ klopwerk” is uitgevoerd. Uiteraard ontbrak de Grote groene sabelsprinkhaan niet in de soortenlijst, terwijl op de valreep nog een Zeggedoorntje werd gevangen. Hiermee kwam het aantal aangetroffen soorten op elf, een normaal aantal voor een dagje sprinkhaanonderzoek. Naast sprinkhanen werden ook enkel andere (zeldzame) soorten genoteerd, zoals juveniele Geelbuikvuurpadjes, Oranje luzernevlinders en Trilgraszegge.

Paedsbemt-1

Paedsbemt-2

Omgeving Wolfhaag - 0

Omgeving Wolfhaag-1


Verslag: Harry van Buggenum


Doel: Brunssummerheide – excursie 3

Datum: Dinsdag 30 juli 2013
Tijdstip: 10.00u-14.30u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: Freek Jerwich, Regina Vlijm, Linda Wortel, Mai Arets en (later op de dag) John Adams

Verslag

De dag begon met matig sprinkhaanvriendelijk weer. Het was droog en winderig, en de temperatuur bleef uiteindelijk steken op zo'n 21 graden. De zon liet zich maar af en toe zien. Desondanks werden al snel de eerste soorten waargenomen. De Greppelsprinkhaan zong op dezelfde locatie als bij “excursie 2”. Ook de Veldkrekel was nog steeds in deze omgeving actief. Het Zuidelijk spitskopje, de Ratelaar en de Gouden sprinkhaan werden op meerdere locaties gesignaleerd. Van deze laatste werd ook een paring gevonden, waarbij duidelijk was te zien dat er bij deze soort een sterke mate van geslachtsdimorfisme aanwezig is. Langs de zandpaden vloog regelmatig een Blauwvleugelspinkhaan op. Het Knopsprietje was welhaast overal langs dergelijke paden aanwezig. Ook de Heidesabelsprinkhaan was op veel plaatsen actief, evenals de Krasser. Gelukkig waren de “bruine” sprinkhanen nu al in wat grotere aantallen adult, zodat de mannetjes tot op soortniveau konden worden gedetermineerd. Naast de al eerder waargenomen Ratelaars, werd ook de Bruine sprinkhaan en een enkele Snortikker gevonden.
Het doel van deze dag was om de vochtige biotopen in het brongebied van de Rode Beek te onderzoeken. Hier werden in totaal meer dan 75 Zwarte wekkertjes daadwerkelijk gezien en telt de populatie waarschijnlijk vele honderden dieren. Op een locatie met Veldrus zat een populatie van enkele tientallen Moerassprinkhanen. Helaas kon nog niet met zekerheid het Gewoon spitskopje worden vastgesteld. Omdat wel nog een Grote groene sabelsprinkhaan werd gehoord, steeg het aantal waargenomen soorten van deze dag tot veertien. Jammer genoeg begon het rond 14.00 licht te regenen en moest het onderzoek worden gestaakt.
De andere waarnemingen, waaronder Oranje zandoogjes, Beekoeverlibellen, Koraaljuffers, een rups van de Nachtpauwoog, Rugstreeppadden, een Hazelworm, Zandhagedissen en vele Levendbarende hagedissen (o.a. ook pas geboren juvenielen) maakten de dag toch geslaagd.

Gouden sprinkhaan


Nachtpauwoog

Verslag: Harry van Buggenum
(foto's parende Gouden sprinkhanen en rups Nachtpauwoog door Freek Jerwich)

Doel: Landgoed Puttersdael (Hell-Nuth)

Datum: Woensdag 24 juli 2013
Tijdstip: 10.00u-16.00u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: Guido Verschoor, Anneke Brouns, Freek Jerwich, Frank van Hoogstraten, John Adams, Anneke Omloo, Jan Egelmeers

Verslag

Om 10.00 uur werd het selecte gezelschap van sprinkhaanonderzoekers met koffie/thee en zelf gebakken vlaai gastvrij ontvangen door de eigenaren van Landgoed Puttersdael. Omdat een klein regenbuitje Zuid-Limburg passeerde startte de inventarisatie van de terreinen noodgedwongen een uurtje later dan gepland. Gelukkig waren de weergoden ons gunstig gezind en werden de zoekomstandigheden voor sprinkhanen in de loop van de dag steeds beter. Er werd een steile bloemrijke helling, omringd door hagen en bomen, onderzocht. Helaas is de helling op het noorden gericht, wat voor insecten minder gunstig is. Hier kwamen wel Krassers naar voren. Van deze soort werden op alle onderzochte deelgebieden tientallen, honderden tot duizenden exemplaren gezien of gehoord. Evenals bij de meeste andere soorten, waren nog veel dieren in een nimfenstadium. Na enig klopwerk met het insectennet kwam de eerste Boomsprinkhaan en Struiksprinkhaan tevoorschijn. Beide soorten kwamen ook nog op enkele andere plekken voor. Dat gold ook voor de Grote groene sabelsprinkhaan. Aan de voet van de helling lag een wat grasrijker, vochtig hooiland. Op een kwellocatie bevond zich een ruigte met o.a. russen en moeraszegge. Er zaten honderden nimfen van spitskopjes. Gelukkig waren enkele dieren volwassen en konden worden gedetermineerd als Zuidelijk spitskopje (vele tientallen dieren) en het Gewoon spitskopje (enkele dieren). Ook liet de eerste Gouden sprinkhaan van de dag zich hier zien. Aan de overzijde van de Platsbeek waren eveneens grote graslandpercelen aanwezig, die tussen twee en zes jaar uit landbouwkundig gebruik waren. Beheer vindt plaats in de vorm van hooien en begrazing met schapen. Qua expositie hebben deze zuidelijk geëxponeerde graslanden grote potenties voor insecten. Een schraal, grazig voormalig graftje leverde een kleine populatie Ratelaars op. Ook werden alle hiervoor vermelde soorten aangetroffen. Een uitgebreide zoektocht naar Bramensprinkhanen bleef helaas zonder resultaat. Wel werd op het einde van de middag een klein groepje tsjirpende Greppelsprinkhanen ontdekt, waaronder een langvleugelig mannetje. Het aantal soorten bleef dus steken op negen. Omdat de nimfen van de groep van bruine sprinkhanen niet op naam konden worden gebracht en het (nog) niet aantreffen van enkele te verwachten soorten (o.a. Doornsprinkhanen), zal het Landgoed Puttersdael op dit moment meer dan tien soorten herbergen. In de komende jaren wordt het natuurvriendelijk graslandbeheer voortgezet, wat voor de sprinkhanen hopelijk nog gunstiger zal uitpakken.

Onderzoek Puttersdael
 
Putterasdael- Helling en beekdal


Zuidelijk Spitskopje-mm


Struiksprinkhaan-nimf

Gouden sprinkhaan-man


Verslag: Harry van Buggenum
(foto's Zuidelijk Spitskopje - mannetje, Struiksprinkhaan - nimf-vr en Gouden sprinkhaan- mannetje door Guido Verschoor)

Doel: Brunssummerheide – excursie 2

Datum: Zaterdag 13 juli 2013
Tijdstip: 10.00u-16.000u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: Jo Hermans, Freek Jerwich, John Adams. Corrie Meijer en May Arets

Verslag

Een mooi groepje van zeven sprinkhaanliefhebbers verzamelde zich op het afgesproken tijdstip op de parkeerplaats van het bezoekerscentrum Brunssummerheide. De dag begon wat bewolkt, maar in de loop van de middag scheen de zon en werd het weer zeer geschikt om te inventariseren. De eerste soorten werden in grazige vegetatie en ruigten waargenomen. Het ging daarbij om Struiksprinkhaan, Grote groene sabelsprinkhaan, Zuidelijk spitskopje, Greppelsprinkhaan en Bramensprinkhaan. Naast deze sabelsprinkhanen verschenen weldra de eerste Krassers en een Gouden sprinkhaan. Vervolgens werden de droge heide- en schrale graslandvegetaties bezocht. Hier zaten overal en massaal Knopsprietjes en Heidesabelsprinkhanen. Opvallend was dat het vaak nog nimfen waren, in jonge tot oude stadia. Dit “verschijnsel” bleek de hele dag aan de orde te zijn. Er werden dan ook nauwelijks volwassen of tsjirpende exemplaren gezien of gehoord. Alleen de Knopsprietjes en Krassers lieten zich op meerdere plaatsen horen. Mogelijk heeft het te maken met het lange en koude voorjaar van 2013. Zou dit ook elders onder sprinkhaanonderzoekers worden opgemerkt? Uit de groep van de bruine sprinkhanen werd met zekerheid de Bruine sprinkhaan gevangen. De talloze en overal aanwezige nimfen uit deze groep zijn waarschijnlijk grotendeels Ratelaars, maar slechts op een enkele locatie was een roepend mannetje aanwezig. In een stukje met vochtige heide en pijpenstrootje werd ook nog een vrouwtje van het Negertje gezien. Hiermee kwam het totaal aantal soorten van deze dag op elf. Omdat de meeste van de hiervoor vermelde soorten op veel plaatsen werden gezien, is het verspreidingsbeeld mooi geactualiseerd. Over enkele weken zijn de nimfen volgroeid en wordt wederom een inventarisatie-excursie georganiseerd. Uiteraard werden tijdens ons bezoek ook weer de nodige vlinders en op de heide foeragerende libellen genoteerd. Van de reptielen konden we de Levendbarende hagedis, de Zandhagedis en een Hazelworm waarnemen.

Brunssummerheide- heideterrein

Onderzoek Brunssummerheide


Heidesabelsprinkhaan-nimf

Knopsprietje - mm

Negertje - vr


Verslag: Harry van Buggenum

(foto's: Heidesabelsprinkhaan - nimf,  Knopsprietje- mannetje en Negertje - vr  door Jo Hermans)


Doel: Brunssummerheide – excursie 1

Datum: Zaterdag 1 juni 2013
Tijdstip: 10.00u-16.000u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: Jo Hermans, Freek Jerwich

Verslag

De opening van het excursieseizoen 2013 vond plaats op de Brunssummerheide. Het doel was om de Veldkrekels en doornsprinkhanen nader in beeld te brengen. Helaas waren de weergoden ons niet goed gezind. Het bleef de hele dag fris en bewolkt. Desondanks werd de eerst vermelde soort door middel van holletjes en een adult aangetoond op bekende plekken bij de Rode beek en op de steile graslandhelling bij het bezoekerscentrum. Langs de Schrieversheidevennen bleken het Gewoon doorntje en Zeggedooorntje massaal aanwezig te zijn. Ook is een Zanddoorntje gevangen. Het sleepwerk over de bodem en in de lage kruiden leverden niet determineerbare nimfen op van de groep “bruine sprinkhaan”. De nimfen van Knopsprietje en Blauwvleugelsprinkhaan waren echter wel al redelijk herkenbaar. Op het einde van de dag werd ook nog een nimf van de Grote groene sabelsprinkhaan gevangen. Naast een enkele Kleine vuurvlinder, Icarusblauwtje en Hooibeestje maakten ook plantensoorten als Kleine en Ronde zonnedauw, Moeraswolfsklauw en Vleugeltjesbloem de dag tot een aangenaam verblijf. Bij beter weer en later in het seizoen wordt de sprinkhaanfauna van het gebied beter in beeld gebracht.

Holletje Veldkrekel


Verslag: Harry van Buggenum

Excursieverslagen 2012

Doel: Roerdal – III: Omgeving St. Odillienberg

Datum: Woensdag 8 augustus 2012
Tijdstip: 10.30u-16.30u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: Regina Vlijm, Guido Verschoor

Verslag

Deze keer werd een bezoek gebracht aan een extensief grasland rondom enkele oude Roermeanders tussen Landgoed Hoosden en de Roer. Langs het aanwezige landbouwweggetje en aangrenzende ruderale en struweelrijke Roeroever werden al snel de Krasser, Ratelaar, Grote groene sabelsprinkhaan, Zuidelijk - en Gewoon spitkopje genoteerd. Even later volgde de Bramensprinkhaan. Enig klop- en sleepwerk leverden een Struiksprinkhaan, nimfen van Doornsprinkhanen en talloze Aziatische lieveheersbeestjes op. Met enig geluk werd nog een volwassen Doorntje gevangen, dat goed kon worden gedetermineerd tot Zeggedoorntje. Ons oog viel op een kleine kolonie veldwespen, met zo’n 10-15 aanwezige werksters. Het nestje was kunstig gemaakt aan de voet van een jong struikje en had een omvang van ongeveer 6 cm. Van te voren was de Franse veldwesp gesignaleerd, maar hier bleek het te gaan om de veel zeldzamere Bergveldwesp (Polistes biglumis). De soort mag dus nu tot de (vaste) bewoners van het Midden-Limburgse Roerdal worden gerekend. De zoektocht naar sprinkhanen leverde in het vochtige oeverdeel van een aanwezige plas meer dan tien Moerassprinkhanen op. Uit een drogere ruigte zoemden enkele Greppelsprinkhanen. Pas laat in de middag vingen we de langer verwachte Kustsprinkhaan. Het betreffende vrouwtje gaf ons de gelegenheid om het verschil te bestuderen tussen het halsschild van de Kustsprinkhaan en dat van een Krasser. Dat verschil is altijd handig voor het geval men een langvleugelige vorm van de Krasser vindt (zie soortkenmerken in detail). Uiteindelijk kan ook deze excursie met een totaal aantal sprinkhaansoorten van elf de boeken in gaan als “geslaagd”.

Roermeander

Bergveldwesp


Verslag: Harry van Buggenum

Doel: Maasuiterwaarden Rooland bij Landgoed de Hamert

Datum: Zaterdag 28 juli 2012
Tijdstip: 13.30u-18.00u
Excursieleider: Henk Heijligers
Overige deelnemers: Louis Reutelingsperger en Frank Bons

Verslag

Na een week van volop zon en hoge temperaturen sloeg het de voorgaande nacht om met veel regen. Gezien het sprinkhaanonvriendelijke weer werd besloten om de excursie uit te stellen tot 13.30 uur. In het eerste deel van de middag nog geen zon, maar gedurende de middag wist de zon het toch te winnen van de wolken. Het gebied Rooland [zie foto] is een oude Maasgeul welke door de huidige Maas doorsneden wordt. In de oude Maasgeul stroomt de Boerenhuizenlossing die samen gaat met de Rode beek, welke hier vanuit de Maasduinen het Maasdal instroomt. De oude (gegraven)meanderende loop van deze beek is onlangs weer hersteld. Langs de flanken van dit beekdal bevinden zich diverse kwel plekken in het terrein. Het is in eigendom van Stichting het Limburgs Landschap en bestaat uit een vochtig beekdal met vooral ruig grasland dat overgaat in hogere en drogere delen. Begrazing vindt plaats met Gallowayrunderen en in het hele gebied staan geen struiken of bomen. Alleen in de randen komen struiken en bomen voor met onderbegroeiing van varens en braam. De Krasser liet zich door het gehele gebied zien en was ook later op de middag op veel plekken te horen. Aan de randen met bramenbegroeiing werd al snel de Bramesprinkhaan gezien. Louis Reutelingsperger wist op het einde van de excursie nog in het struikgewas bij de parkeerplek (afslag naar Arcen langs de N271) een Struiksprinkhaan te vangen. Verder waren in deze ruigte ook Zuidelijke spitskopjes aanwezig en de Grote groene sabelsprinkhaan. Deze laatste werd ook in de ruige graslanden op veel plekken aangetroffen. In het nattere beekdal waren de Gewone spitskopjes talrijk aanwezig (en ontbraken de Zuidelijke spitskopjes) en in de ruige graslanden waren overal Greppelsprinkhanen te vinden (en later op de dag natuurlijk ook weer te horen). Hier werd ook de Kustsprinkhaan gevonden en na wat zoeken ook de Gouden sprinkhaan [zie foto]. Deze fraaie sprinkhaan werd in de ruige graslanden op een paar plekken gevonden en wat voor dit gebied nog niet bekend. In een kleine bosrand langs de Maas werd uit het bladerdek een Zuidelijke boomsprinkhaan geklopt eveneens onbekend in het gebied, maar wel bekend uit Arcen (2011 waarneming Louis). Natuurlijk werd ook op de dagvlinders (dagpauwoog, bruin zandoogje, oranje zandoogje, bont zandoogje, zwartsprietdikkopje, hooibeestje, klein geaderde witje en gewoon koolwitje, ) en werden ook de libellen genoteerd (watersnuffel, lantaarntje, weidebeekjuffer, zwarte heidelibel, gewone oeverlibel en grote keizerlibel). Verder zijn er, vooral in de natte terreingedeelten diverse soorten zweefvliegen in grote aantallen aangetroffen. Al met al een geslaagde sprinkhanenmiddag met in totaal 11 soorten (8 soorten vlinders; 6 soorten libellen).

Rooland


Verslag: Henk Heijligers

Doel: Roerdal – II: omgeving Melick

Datum: Vrijdag 27 juli 2012
Tijdstip: 10.30u-16.30u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: Linda Wortel, Guido Verschoor, Frank van Hoogstraten, Leo Dormans

Verslag

Op deze tweede inventarisatiedag van het Roerdal trotseerden de vijf deelnemers de tropische hitte van meer dan 30 graden Celcius. De bezochte terreinen lagen dit keer aan de noordkant van de Roer, tussen de Melicker Leigraaf en het riviertje. Dit gebied behoorde tot de “witte” hokken. Ook dit deel van het Roerdal heeft een open karakter en wijds karakter en wordt intensief gebruikt. Dankzij “klopwerk” werden in een open struikaanplant op een bergbezinkbassin aan de rand van Melick al meteen Boom- en Struiksprinkhaan gevonden. De Krasser, Ratelaar, Zuidelijk spitskopje en Greppelsprinkhaan werden op meerdere tot veel plaatsen gezien en gehoord. Ook de Grote groene sabelsprinkhaan, Gewoon spitskopje en Bramensprinkhaan behoorden tot de frequent aangetroffen soorten. Een van de aanwezige mannetjes van de Gouden sprinkhaan had verlengde vleugels, die tot ver voorbij de achterknie reikten. Een vrouwtje van de Kustsprinkhaan was op een gortdroog grazig pad, te midden van de mais- en korenvelden, wel erg ver van haar normale biotoop in het Roerdal. Het diertje werd op "de gevoelige plaat" vastgelegd. Op onderstaande foto is duidelijk een van de kenmerken van deze soort te zien: de achterknieën zijn niet zwart (zoals bij de Krasser), maar hebben ongeveer dezelfde kleur als de rest van de achterpoten. In een grotendeels verlande meander langs de Roer werd deze vocht-minnende soort weer gezien. Ook kon hier het voorkomen van de Moerassprinkhaan in het Roerdal worden bevestigd. In totaal kwamen we op een respectabel aantal van 11 sprinkhaansoorten. Met o.a de talrijke Oranje zandogen en een fraaie Gaffellibel was de dag zeker geslaagd.


Gouiden sprinkhaan langvl.


Kustsprinkhaan


Verslag: Harry van Buggenum (foto mannetje Gouden sprinkhaan en vrouwtje Kustsprinkhaan door Guido Verschoor)

Doel: Roerdal – I:omgeving Vlodrop

Datum: Donderdag 26 juli 2012
Tijdstip: 10.30u-15.30u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: geen

Verslag

Deze eerste inventarisatiedag van het Roerdal in 2012 verving een wegens slecht weer eerder uitgevallen excursie, waardoor er geen andere excursiedeelnemers beschikbaar waren. Deze donderdag steeg het kwik tot 30 graden Celcius. De bezochte terreinen lagen tussen Vlodrop en de NL-D grens, in het stroomgebied van de Koebroekbeek, een gebied waarvan nog maar weinig gegevens bekend waren. Uit onderstaande foto's wordt duidelijk dat het een intensief agrarisch landschap is. De sprinkhanen moeten het hier hebben van de oevers van beekjes, greppels, bosjes en enkele extensieve natuurgraslanden. Krasser, Zuidelijk spitskopje, Bramensprinkhaan, Greppelsprinkhaan en Gouden sprinkhaan werden op meerdere plaatsen aangetroffen. De Grote groene sabelsprinkhaan, Gewoon spitskopje, Ratelaar en Bruine sprinkhaan waren een stuk minder present. Er is een enkele Doornsprinkhaan gevangen, maar het betrof helaas ondetermineerbare nimfen. Aan de voet van een solitaire eik kon wel een Boomsprinkhaan worden aangetoond. De mooiste vondst betrof een kleine populatie Kustsprinkhanen, waarvan tot nu toe nog maar vrij weinig vindplaatsen in het Roerdal bekend waren. Deze soort zat in een van weinige vochtige graslanden in het onderzoeksgebied.

Roerdal Vlodrop

Koebroekbeek


Verslag: Harry van Buggenum

Excursieverslagen 2011

Doel: Geleenbeekdal

Datum: Woensdag 10 augustus 2011
Tijdstip: 11.00u-16.00u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: Regina Vlijm, John Adams, Guido Verschoor

Verslag

De vier excursiegangers meldden zich stipt op de parkeerplaats bij de gerestaureerde carréboerderij Biezenhof aan de rand van het Geleenbeekdal ten oosten van Geleen. De enkele jaren natuurlijk ingericht Geleenbeek mag weer vrij meanderen en heeft daardoor momenteel al de uitstraling van de bekende Geul. Op de drogere delen van de dalbodem troffen we al snel de Krasser, Ratelaar en Zuidelijk spitskopje aan. Ook de Grote groene sabelsprinkhaan was uiteraard van de partij. Langs een herstelde "afgesloten" meander werd het Gewoon spitskopje gevonden. Aardig was de aanwezigheid van een Hoornaarzweefvlieg.
Op de oostelijke helling van het dal vonden we veel nymphen van een doornsprinkhaan. Daarna gingen we nog eens goed kijken in de vochtige randen van het dal. In een brandnetelruigte dook een Struikspinkhaan op. Hier werden ook volwassen Zeggedoorntjes gezien. De grootste bijzonderheid voor deze regio was de eerste vondst van een Moerassprinkhaan, later gevolgd door meerdere exemplaren. Tijdens de tocht langs paadjes, hellingen en graslanden werd ook nog een vrij bijzondere wapenvlieg gezien: Stratiomys potamida (vrouwtje). De lijst met sprinkhaansoorten werd afgesloten door de gewone Boomsprinkhaan. Ondanks verwoede pogingen hebben we geen enkele Bramensprinkhaan gezien of gehoord, zodat het totale aantal soorten op negen bleef steken. Mede door de landschappelijk fraaie omgeving en nog enkele aardige bijvangsten (o.a. Franse veldwespen, levenbarende hagedissen, hooraarnest, diverse vlinders en libellen) was de dag toch geslaagd en sloten we hem verdiend af met drankje op het terras van Biezenhof.


Wapenzweefvlieg


De wapenzweefvlieg Stratiomys potamida (vr) (foto Guido Verschoor

Verslag: Harry van Buggenum

 

Doel: Noordal

Datum: Dinsdag 2 augustus 2011
Tijdstip: 11.00u-16.00u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: geen

Verslag

Twee weken later dan gepland, vond een inventarisatie plaats van enkele kwelgraslanden van Natuurmonumenten (NM) in het dal van het bronbeekje de Noor. Mede hierdoor was de excursieleider alleen. Deze dinsdag was een van de weinige warme en zonnige dagen sinds lange tijd.
In een droge wegberm, op weg naar de grensovergang met de Voerstreek (omgeving Altembroek) zaten enkele Krassers en Zuidelijke spitskopjes. De Ratelaar was hier algemeen. Dezelfde soorten waren ook aanwezig in een droog hellinggrasland van NM. Ook de Bruine sprinkhaan en de Grote groene sabelsprinkhaan vertoefden hier. In de zich ontwikkelende gemengde hagen zaten al de Gewone boomsprinkhaan en de Bramensprinkhaan. Intussen had zich ook al de eerste Gouden sprinkhanen gemeld.
Het kwelgrasland op de zuidflank van het Noordal leverde een mooie verrassing op: een mannetje van de Moerassprinkhaan. Deze soort was in de wijde omgeving tot nu toe niet bekend. Ondanks de uitgebreide zoektocht werd echter geen enkel ander exemplaar gevonden. De toekomst zal moeten uitwijzen wat de status van deze soort hier is (of wordt). Een deel van dit grasland was niet gemaaid en bevatte duidelijk meer individuen van een viertal sprinkhaansoorten dan de rest van het perceel. De aanwezige (dotterbloem-) hooilanden hebben grotendeels een botanisch beheer (maaien en afvoeren), waardoor de meeste vochtminnende insecten, zoals de Moerassprinkhaan, minder leefgebied hebben dan in potentie aanwezig is. Of hier nog een optimalisatie mogelijk is voor meerdere beheerdoelen (flora en fauna) verdient nader onderzoek.
De rest van de dag werd de noordzijde van het dal afgespeurd. Dat leverde, behoudens een Struiksprinkhaan, geen nieuwe soorten op. Mede doordat alle gevangen doornsprinkhaantjes nymfen waren en dus als "spec." moesten worden genoteerd. Vermeldswaardig is de vondst van vele duizenden Krassers en Ratelaars in een grasland op de kop van de noordflank, waar gewoon struisgras de meest opvallende plantensoort was.

Verslag: Harry van Buggenum

 

Doel: Omgeving Epen (o.a. Geuldal)

Datum: Woensdag 27 juli 2011
Tijdstip: 11.00u-16.00u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: John Adams, Linda Wortel, Guido Verschoor

Verslag

Ondanks het matige weer probeerden vijf liefhebbers de sprinkhaanfauna in de omgeving van Epen beter in beeld te krijgen. De Bramensprinkhaan was al voor de middag actief in een heg aan de rand van Epen. Er zouden nog meerdere waarnemingen van deze in Zuid-Limburg algemene soort volgen. Langs de (holle) landbouwwegen kregen we al spoedig de Krasser en de Ratelaar in het vizier (of gehoor). In een graslandje werd naast deze veldsprinkhanen ook de eerste Grote groene sabelsprinkhaan van de dag gevangen. De excursie was vooral bedoeld om enkele terreinen van Natuurmonumenten te inventariseren. Het eerste droge hellinggrasland leverde niet veel nieuwe soorten op. Alleen het Zuidelijk spitskopje kon worden toegevoegd. Op weg naar de Nutbron dook een vrouwtje van de Gouden sprinkhaan op. Het brongraslandje werd door tientallen exemplaren van deze soort bevolkt. Boven op het plateau werd een Greppelsprinkhaan met enthousiasme ontvangen. Het lijkt erop dat deze soort hier aan een opmars bezig is. Na enig klopwerk op een eikenboom kon ook de Boomsprinkhaan en een Struiksprinkhaan worden genoteerd.
Na een stevige wandeling bereikten we het dal van de Geul in de omgeving van Hurpesch. Hier werd voor het eerst het Gewone spitskopje gezien. Inmiddels bleek dat de Greppelsprinkhaan inderdaad op veel plekken kon worden waargenomen. De ‘natuurweilanden’ van het Geuldal bevatten op sommige plaatsen vele tientallen, zo niet honderden dieren. Het zal waarschijnlijk niet lang duren voordat deze soort (met het geluid van een hoogspanningskabel) een groot deel van Zuid-Limburg heeft bevolkt.

Het werd tijd om op zoek te gaan naar doornsprinkhanen. Ook dit et was succesvol en in korte tijd zaten tientallen Zeggedoorntjes in de vangnetten. Dat gold niet voor de Moerassprinkhaan, waarvan enkele jaren geleden de eerste exemplaren in deze regio werden ontdekt. Ondanks intensief speurwerk werd hij niet gevonden. Waar zou zich een populatie bevinden?

Al met al werd de geslaagde inventarisatiedag afgesloten met elf soorten sprinkhanen. Van de tientallen waargenomen Wespspinnen en de tientallen Franse veldwespen, een van de andere klimaatsoorten, kijken we al lang niet meer op. Dat zijn inmiddels normale bijvangsten op zo’n dag.

Verslag: Harry van Buggenum

 

Excursieverslagen 2010

Doel: Groeve Curfs en Groeve Blom - Berg: sprinkhanen tussen de mergel.

Datum: Dinsdag 27 juli 2010
Tijdstip: 11.00u-16.00u
Excursieleiders: Harry van Buggenum & John Adams
Overige deelnemers: Willem Vergoossen, Henk Heiligers, Regina Vlijm, Olaf en Lisa op den Kamp met hun beide kinderen.

Verslag

Als gevolg van ongunstige weersomstandigheden vond deze excursie een dag later plaats dan was voorzien. Desondanks konden we negen deelnemers, waaronder twee erg juveniele exemplaren, op dinsdag 27 juli 2010 verwelkomen bij de kerk van Berg. Op het programma stonden inventarisaties van twee voormalige mergel-dagbouwgroeves in de buurt van dit dorp. Groeve Blom wordt al vele jaren door de gelijknamige eigenaar beheerd als natuurgebied voor o.a. de Geelbuikvuurpad. Al gauw bleek dat de groeve ook menige sprinkhaansoort herbergt. Drie soorten veldsprinkhanen waren dominant aanwezig: Krasser (Chorthippus parallelus), Bruine sprinkhaan (Ch. brunneus) en Ratelaar (Ch. biguttulus). Het eerste doorntje dat werd gevangen bleek een Kalkdoorntje (Tetrix tenuicornis) te zijn. Later volgden nog meer exemplaren van deze soort. Daarnaast werd de groep vertegenwoordigd door het Zeggedoorntje (T. subulata). Van de sabelsprinkhanen waren de Sikkelsprinkhaan (Phaneroptera falcata) en het Zuidelijk spitskopje (Conocephalus discolor) met vele tientallen dieren aanwezig. Ook Grote groene sabelsprinkhaan (Tettigonia viridissima) en Bramensprinkhaan (Pholidoptera griseoaptera) werden gezien. Een zingend mannetje van de Greppelsprinkhaan (Metrioptera roeselii) sloot het (voorlopige) lijstje van deze locatie op tien soorten. Bij de aanwezige poelen vlogen de volgende libellen: Steenrode heidelibel, Weidebeekjuffer, Keizerlibel, Gewone oeverlibel, Watersnuffel, Kleine roodoogjuffer, Lantaarntje, Vuurlibel, Bruine winterjuffer, Blauwe glazenmaker en Gewone pantserjuffer. Als meest bijzondere waarneming geldt die van een Zuidelijke keizerlibel. Uiteraard werden ook de nodige dagvlinders genoteerd. De middaguren  werden besteed aan groeve Curfs, die sinds kort als natuurgebied in eigendom is van de Stichting het Limburgs Landschap. De groeve kent een afwisseling van pioniersituaties, struweel en bos. Tijdens de wandeling naar de ingang werden we al verwelkomd door enkele Boswitjes, een zeldzame vlindersoort die hier vaste voet aan de grond heeft gekregen.  Ook hier zijn dezelfde veldsprinkhanen aanwezige als in de vorige groeve: Krasser, Bruine sprinkhaan en Ratelaar. Groeve Curfs herbergt echter ook een vrij grote populatie van de fraaie Blauwvleugelsprinkhaan. Ook het Kalkdoorntje en Zeggedoorntje bevolken de deels kale bodems. Het Zuidelijke spitskopje liet zich regelmatig horen en zien. Grote groene sabelsprinkhanen zijn schaars gevonden. De Sikkelsprinkhaan werd nog als nymf aangetroffen. Het slepen en kloppen in hogere kruidige vegetaties en bomen leverde ook nog enkele Struiksprinkhanen (Leptophyes punctatissima) en een Boomsprinkhaan (Meconema thalassiumum) op. In de bramen zat ook hier Bramensprinkhaan, waardoor het soortenaantal voor deze groeve uitkwam op twaalf. Ook hier werden alle waargenomen dagvlinders genoteerd, waaronder Koninginnepage en Zwartsprietdikkopje. Op een groepje bloeiende exemplaren zaten twee Spaanse vlaggen, waarvan er een dus danig verdiept was in het drinken van nectar, dat hij zich zonder enige moeite uitgebreid liet fotograferen. Een mooie afsluiting van een mooi dagje “sprinkhanen”.


Overzicht Groeve Blom



Overzicht Curfs Groeve


Spaanse vlag en Aardhommel op Koninginnekruid - Curfs groeve

Verslag: Harry van Buggenum (foto Kalkdoorntje: Olaf op den Kamp)

 

Doel: Ruschergroeve en Breukberg - Schinveld: Mens-gemaakt en oude natuur

Datum: woensdag 21 juli 2010
Tijdstip: 11.00u-16.00u
Excursieleiders: Harry van Buggenum & John Adams
Overige deelnemers: Henk Heiligers, Regina en Tobias Vlijm, Thijs, Olaf op den Kamp

Verslag

Op woensdag 21 juli 2010 werd onderzoek verricht in een verlaten groeve en in een fraai natuurgebied in de buurt van het Zuid-Limburgse Schinveld. De dag begon met mooi zonnig weer. Zeven deelnemers melden zich om 11.00uur bij het vertrekpunt nabij de Ruschergroeve. Deze groeve is enkele jaren geleden door de Stichting het Limburgs Landschap deels ontdaan van houtige opslag, zodat er weer ruim plaats is voor grazige en kruidachtige vegetaties. Deze worden afgewisseld door jonge opslag, struweel en bosjes. Open water is aanwezig in de vorm van een plas en het smalle Ruischerbeekje. Langs dit beekje werden maar liefst drie soorten oeverlibellen gezien: de Gewone oeverlibel (Orthetrum cancellatum), de Beekoeverlibel (Orthetrum coerulescens) en de Zuidelijke oeverlibel (Orthetrum brunneum). Een tandem van deze laatste soort was druk bezig met paring en eiafzet. Daarnaast werden die dag enkele andere, algemene libellen gesignaleerd. Vlinders vlogen er volop, waaronder Oranje zandoogjes, Geelsprietdikkopjes en een Eikenpage. Op het gebied van de sprinkhanen zijn aangetroffen: de Krasser (Chorthippus parallelus) (talrijk), de Bruine sprinkhaan (Ch. brunneus) (enkele tientallen dieren), de Ratelaar (Ch. biguttulus (talrijk), het Zeggedoorntje (Tetrix subulata), het Zuidelijk spitskopje (Conocephalus discolor) en het Gewoon spitskopje (C. dorsalis), een Grote groene sabelsprinkhaan (Tettigonia viridissima), een Boomsprinkhaan (Meconema thalassimum) en meer dan tien nymfen van de Sikkelsprinkhaan (Phaneroptera falcata). Deze werden overigens aanvankelijk voor struiksprinkhanen aangezien, maar een nauwkeuriger bestuderen van o.a. de kleine vleugels maakte duidelijk met welke soort we te maken hadden. Rond half drie zetten we koers naar het nabijgelegen terrein De Breukberg. Het begon inmiddels licht te regenen, maar ondanks dat konden we in een klein hoekje van de kwetsbare hellingveenvegetaties de volgende soorten waarnemen: Heidesabelspinkhaan (Metrioptera brachyptera), Krasser, Ratelaar en de in deze regio meer bijzondere Zompsprinkhaan (Ch. montanus), het Negertje (Omocestus ventralis) en de Moerassprinkhaan (Mecostettus grossus). Het gebied wordt goed beheerd, o.a. voor de Zompsprinkhaan (zie het soortenbeschemingsplan dat te vinden is op de site van het IKL). Na een ruim drie kwartier had de regen de meeste sprinkhanen dieper de vegetatie ingedrongen. Op de terugweg vonden we wel nog twee volwassen Sikkelsprinkhanen en een mannetje van de Struiksprinkhaan (Leptophyes punctatissima), maar gezien de natuurlijke biotopen zullen vast en zeker nog enkele andere soorten de Breukberg bevolken. Al met al werd duidelijk dat dit deel van Zuid-Limburg een fraaie sprinkhaanfauna kent. Het is zeker de moeite waard om in deze regio meer onderzoek te doen.


Overzicht Ruschergroeve

Overzicht Breukberg

Heidesabelsprinkhaan - vrouwtrje in laatste nymf stadium


Verslag: Harry van Buggenum

 

Excursieverslagen 2009

Doel: Stalberg en Landgoed de Hamert - Wellerlooi

Datum: zaterdag 15 augustus 2009
Tijdstip: 11.00u-16.00u
Excursieleider: Henk Heijligers
Deelnemers: Henk Alards, Sjaak Gubbels, Henk Heijligers, Twan Martens, Jack Theelen en Lo Troisfontaine


Verslag

Wat een stralende dag, beter sprinkhanenweer hadden we niet kunnen bestellen. Ruim 25˚C. Een warm welkom en in totaal zes deelnemers, en dat terwijl in Zuid-Limburg nog een sprinkhanenexcursie is georganiseerd! Een unicum voor de sprinkhanenstudiegroep?
De gehele ochtend en het begin van de middag wordt doorgebracht op de ongeveer 1500 m lengte langs de Maasoever van de Stalberg. De Stalberg is een zogenaamd stroomdalgrasland, aan bloeiende plantensoorten zagen wij onder andere rode ogentroost, bosandoorn, wilde bertram, heelblaadjes, gewone agrimonie, zeepkruid, bont kroonkruid en duizend guldenkruid. Opvallende verschijning waren ook de griekse alanten die volop in bloei stonden.



De eerste sprinkhanenvondst was meteen al een leuke, weliswaar algemeen, maar wordt tijdens de excursies zeker niet vaak aangetroffen; de Boomsprinkhaan. Telefonisch werden we op de hoogte gesteld van overvliegende zwarte ooievaars, die we, weliswaar ver weg, toch redelijk in beeld kregen.  Al snel volgden in de ruige grazige begroeiing soorten als Bruine sprinkhaan, Krasser, Zuidelijk spitskopje en de Ratelaar. Met wat zoekwerk wordt ook de Gouden sprinkhaan en de Greppelsprinkhaan op meerdere plekken gehoord en gezien. Het Gewoon spitskopje werd uit de vegetatie geplukt door Jack Theelen, hij was later ook verantwoordelijk voor de vondst van een Negertje. Boskrekels hoorden we later op de dag uit het bos roepen, een juveniel exemplaar van de Veldkrekel wordt ook gevangen. Het betreft de enige locatie in Nederland waar in de rivieruiterwaarden deze soort voorkomt. Later in dag, in de wat ruigere begroeiing hoorden we enkele Grote groene sabelsprinkhanen.



De geluiden worden regelmatig nageluisterd. Lo Troisfontaine heeft de geluidsbestanden beschikbaar op zijn telefoon. Ook een idee om in het veld meteen iets op te nemen!
Weliswaar worden op wat schrale terreindelen nog enkele doorntjes gevonden, ze zijn echter nog niet volwassen en dus niet determineerbaar (bekend uit het gebied is het gewoon doorntje). De Bramensprinkhaan maakt de lijst compleet voor die dag van de Stalberg, in totaal 13 soorten. Vergelijking met het rapport van Maas in Beeld (B. Peters, G. Kurstjens en P. Calle, 2008), kunnen we toch drie nieuwe soorten bijschrijven op de lijst: Boomsprinkhaan, Ratelaar en Zwart wekkertje.

Naast groene kikker werd een juveniele Hazelworm gevonden onder wat dood hout, maar het meest opvallend van deze diergroep was toch wel het volwassen exemplaar van de Heikikker. Een soort die onbekend was voor de Stalberg, ongetwijfeld afkomstig van Landgoed de Hamert. Libellen worden opvallend weinig waargenomen, wel een mooi hangend exemplaar van de Paardebijter in de bosrand. Een leuke waarneming is de grote goudhaan, landelijk zeldzaam, maar langs de Maas op diverse plekken te vinden. Insecten zijn overigens bijzonder talrijk in de Stalberg, hierbij het lijstje van aangetroffen 12 soorten dagvlinders: icarusblauwtje, distelvinder, oranje zandoogje, groot koolwitje, klein koolwitje, bruin zandoogje, bont zandoogje, citroenvlinder, klein geaderd witje, atalanta, gehakkelde aurelia en de oranje luzernevlinder (op de Hamert wordt ook nog kleine vuurvlinder en hooibeestje gezien). Opvallend was ook het aantreffen van de dagactieve nachtvlinder van de Sint Jansvlinder en uitgebreide uitleg kregen we van Lo over de gedeukte gouden tor. De latere namiddag wordt teruggewandeld over het Landgoed de Hamert. Hier treffen we nog een aantal Blauwvleugelsprinkhanen en natuurlijk overal Knopsprietjes aan.

Verslag: Henk Heijligers

Doel: Station Miljoenenlijntje en Klingeleberg - Simpelveld
Datum: zaterdag 15 augustus 2009
Tijdstip: 11.00u-16.00u
Excursieleiders: Harry van Buggenum & Pierre Thomas
Deelnemers: John Adams, Leo Dormans, Feodor van Heur en Frank van Hoogstraten

Verslag

Het eerste gedeelte van deze zonovergoten zaterdag werd besteed aan het rangeerterrein van het Miljoenenlijntje op station Simpelveld (ZLSM). Het grootste deel van de biotoop bestaat uit een bloemrijke, hoog opgaande vegetatie van onder andere allerlei grassen, Boerenwormkuid, Gewone berenklauw, Wilde peen en typische of bijzonderheden soorten als Gele kamille, Rozetsteenkers, Kleine bergsteentijm, Rapunzelklokjes, Slangenkruid en uitbundig groeiende Brandpastinaak. Lokaal komt Brem, opslag van Ruwe berk en braamstuweel voor. Tussen de rails is uiteraard weinig of geen begroeiing, evenals op de aangrenzende parkeerplaats. Deze is aangelegd met een bestrating van kinderkopjes. De sprinkhaanfauna sluit aan op deze omstandigheden. Overal komen Ratelaar en Krasser voor. In de hogere vegetaties zitten Sikkelsprinkhanen en Zuidelijke spitskopjes. Ook is een Struiksprinkhaan en een Boomsprinkhaan gevonden, evenals een enkele Grote groene sabelsprinkhaan. De Bramensprinkhaan liet zich vooral horen vanuit de braamstruweeltjes met Bosrank. Een volwassen vrouwtje van het Kalkdoorntje was aanwezig aan de rand van de parkeerplaats. Op het rangeerterrein zelf werden helaas alleen nimfen van doornsprinkhanen gevangen, zodat niet bekend is of nog andere soorten doorntjes aanwezig zijn.

De namiddag is besteed aan een (in ontwikkeling zijnd) klein kalkgraslandje, de Klingeleberg, van de stichting het Limburgs Landschap. De vegetatiemat is overal hoogopgaand en vrij dicht. De soortenrijkdom aan planten is echter groot en kenmerkend voor deze omstandigheden. Voor meer informatie wordt verwezen naar Willems (2007) in het Natuurhistorisch Maandblad 96 (3): 93-95. Mogelijk zijn door het ontbreken van kortgrazige tot open plekjes geen kalkgraslandsprinkhanen aanwezig. We hebben ze in ieder geval niet gevonden. De talrijkste soort is de Ratelaar, gevolgd door de Krasser. De ruigere vegetatie blijkt uitermate geschikt voor Zuidelijke spitskopjes en Sikkelsprinkhanen, die met vele tientallen tot wel honderd exemplaren aanwezig zijn. Ook de Grote groene sabelsprinkhaan is op meerdere plaatsen aanwezig. De altijd lastig te vinden Struiksprinkhaan en Bramensprinkhanen ontbreken niet. Een mooie vondst is die van de Gouden sprinkhaan, die een redelijk grote populatie heeft. Met weinig moeite konden ruim tien vrouwtjes en enkele mannetjes worden gevonden. Het terrein heeft bij uitbreiding van kortgrazige tot kale habitats potenties voor veel meer soorten.




Klingeleberg

Verslag: Harry van Buggenum

Doel: Stevol –gebied Stevensweert
Datum: woensdag 4 augustus 2009
Tijdstip: 11.00u-16.00u
Excursieleiders: Frank van Hoogstraten & Harry van Buggenum
Deelnemers: John Adams en Leo Dormans

Verslag

Het Stevol-gebied bestaat uit een voormalige grindplas, die de afgelopen jaren in verschillende fasen is omgevormd tot een natuurontwikkelingsgebied. De oeverzone bestaat uit gradiënten met verschillende abiotische omstandigheden, van nat naar droog en van puur grind tot lemige bodems. Omdat de vegetatie van de oevers verschillende leeftijden heeft, vinden we naast echte pioniervegetaties, met veel eenjarige kruiden, ook al graslandjes, ruigtes en jonge zachthoutooibosjes. Het gebied is vrij toegankelijk en voorzien van wandelpaden, uitkijkterpen en bruggetjes. De Vereniging Natuurmonumenten heeft het hele gebied van ruim 300 ha in eigendom.   
Tijdens de excursie is alleen de noordwestzijde onderzocht, vanaf de Hompensche Molen tot aan het zogenaamde keienbruggetje over de Oude Maas, een afstand van ongeveer 1 km. De weersomstandigheden waren voor sprinkhaanonderzoek perfect: weinig wind, zonnig en warm. Voor de excursiegangers op een gegeven moment té warm, want het kwik liep op tot boven de 30 graden Celcius. Op de open plekjes en in de graslanden zijn veel Krassers en Ratelaars aangetroffen. De Bruine sprinkhaan is daarentegen minder algemeen. Ook het Zuidelijk spitskopje liet zich vrijwel overal zien of horen. Het aandeel vochtige biotopen is gering en beperkt tot de nabijheid van de grote plas, enkele terreindepressies en poelranden. Op dergelijke locaties vonden we het Gewoon spitskopje, vooral in de pitrusvegetaties. Ook de Kustsprinkhaan werd op enkele vochtige grazige plekjes aangetroffen, hoewel het aantal dieren telkens gering was. Op dergelijke locaties zijn in ieder geval tot vorig jaar nog enkele Moerassprinkhanen gezien, maar deze soort is tijdens de excursie niet waargenomen. Een probleem vormt de voortgaande successie, want opslag van wilg bedreigt juist de natte habitats. Extensieve begrazing kan dit niet tegengaan, dus handmatig maaibeheer van de weinige natte, verspreid liggende graslandjes is noodzakelijk om beide laatstgenoemde soorten te behouden. De verruiging van het terrein werkt zonder meer in het voordeel van de Greppelsprinkhaan. Deze bleek op meerdere plaatsen aanwezig te zijn. Ook vlogen enkele Sikkelsprinkhanen weg uit ruigtkruiden. Met behulp van het slepen van het vangnet over de grond zijn twee soorten doorntjes gevangen, te weten het Zeggedoorntje (meerdere locaties) en twee Zanddoorntjes (op slechts een locatie). De Blauwvleugelsprinkhaan is bekend van grindbanken in het zuidelijk deel van het terrein en werd deze dag aan de noordwestzijde niet gevonden. Opvallend genoeg zijn ook geen Grote groene sabelsprinkhanen en Struiksprinkhanen gevonden. Met in totaal tien soorten heeft de excursie desondanks geen slechte oogst opgeleverd, temeer de meeste soorten in drie verschillende kilometerhokken zaten. Van de overige aangetroffen insecten zijn vermeldenswaard: Gele en Oranje luzernevlinder, Koninginnepage (adulten en rups) en Franse veldwespen. Er vlogen slechts weinig libellen. Alleen de Bloedrode heidelibel liet zich regelmatig zien. 

Stevol-gebied



Verslag: Harry van Buggenum

Doel: Korbusch – Susteren
Datum: donderdag 30 juli 2009
Tijdstip: 13.00uur-16.00u
Excursieleider: Harry van Buggenum (tevens enige deelnemer)

Verslag

Alhoewel er een vrij sterke wind staat, lijkt het deze middag met een temperatuur van ongeveer 20 graden redelijk goed weer om sprinkhanen te inventariseren. Het is mij al snel duidelijk dat een door-de-weekse-dag in de vakantie weinig mensen naar de taille van Limburg lokt. Het aantal deelnemers blijft dan ook beperkt tot mijzelf. Ik wandel in een rustig tempo langs de oevers van de enkele jaren geleden natuurvriendelijk ingerichte Vloedgraaf, in het traject tussen de RWZI-Baakhoven en de randweg rond Susteren. Het beekdal heeft zich ontwikkeld tot een structuurrijk gebied met een afwisseling van grazige en ruigte vegetaties. De eerste struweeltjes en opslag van bomen zijn ook al zichtbaar. Vijftien boerenrunderen zorgen door middel van seizoensbegrazing voor de gevarieerde structuur. Het overstromingsgebied wordt ingeperkt door de aanwezigheid van dijkjes met korte vegetaties. Hierop tjirpen Krasser en Ratelaar. Uit de wat ruigere terreindelen hoor ik Zuidelijke spitskopjes, maar hun geluid wordt telkens overstemd door het aaneensluitende zoemen van de Greppelsprinkhaan. Af en toe springt een Grote groene sabelsprinkhaan uit de dekking. In een ruderaal weitje vliegt plotseling een mannelijke Sikkelsprinkhaan op. Meer sprinkhaansoorten vind ik helaas niet. De middag wordt echter wel nog opgefleurd door meer dan 70 soorten kruiden en zeven soorten dagvlinders, waaronder een 100-tal, veelal kakelverse Distelvlinders en drie mooie mannetjes van de Oranje luzernevlinder.

Vloedgraaf

Korbusch

Verslag: Harry van Buggenum

Excursieverslagen 2008

Doel: St. Pietersberg Maastricht- (kalkgraslanden- en ruigtkruiden soorten - Speciale aandacht voor "kalksoorten")
Datum: zaterdag 2 augustus 2008
Tijdstip: 10.00uur-16.00u
Excursieleider: Hendrik Erckenbosch
Deelnemers: W. van der Coelen, J. Adams, H. Erckenbosch, H. van Buggenum, Luc Stroman, Henk Heijligers

Verslag

Het deelnemersaantal lag 50% hoger dan de vorige keer, maar met een behoorlijke zuidwesten wind en halfbewolkt weer bleek het wederom geen optimale sprinkhanendag. Gelukkig liet de zon zich af en toe van de goede kant zien, en in de loop van de dag steeg het aantal gevonden soorten gestaag. In de tuin van het CNME en langs de Jeker waren al op deze ochtend de Ratelaar en de Krasser actief. Ook het Zuidelijk spitskopje en de Grote groene sabelsprinkhaan lieten al van zich horen. Op weg naar de Pietersberg tjirpten langs een bosrand de eerste Bramensprinkhanen en een Bruine sprinkhaan. Met een sleepnet kon een eerste mannetje van de Struiksprinkhaan worden aangetoond. Naast het “gebruikelijke” spectrum aan dagvlinders werden hier ook enkele libellen en de franse veldwesp aangetroffen.
In een verlaten kleine mergelgroeve (Du Chateau) was de hoop gevestigd op de eerste kalkgraslandsoorten. De biotoop leek in ieder geval perfect. Helaas werden alleen de al gevonden soorten gezien, aangevuld met twee andere soorten, de Sikkelsprinkhaan en de Gouden sprinkhaan. De vlinderliefhebbers ontdekten een boswitje, een soort die later op de dag meer werd gezien. Op weg naar het Poppelmondedal werd een afwijkende veldwesp gevonden: donker sprieten, geen gele vlek op de wangen en een richeltje op het mesopleuron: de bergveldwesp, nog steeds een bijzonder soort voor Nederland. In het Poppelmondedal hield een groen gekleurde veldsprinkhaan ons enige tijd bezig. Determineren met een loepje viel tegen en later bleek uit de gemaakte foto’s dat het een groene vorm van de bruine sprinkhaan was. Dergelijke kleurvarianten worden ook beschreven in de Nederlandse sprinkhaanatlas. Het dal leverde geen nieuwe soorten op. Luc ontdekte later dat we mogelijk wel een zeldzame nachtvlinder hadden gevonden: de late bremspanner Scotopteryx luridata.
In de ENCI-wei, ons laatste excursiepunt, werd ongeveer hetzelfde soortenscala gevonden als voorheen. Ook konden hier enkele hazelwormen worden bewonderd. Op de terugweg naar het CNME werden we verrast door twee spaanse vlaggen. Een fraaie dagactieve nachtvlinder, die wordt beschermd door de Europese Habitatrichtlijn en waarvoor de Sint Pietersberg onder andere is aangewezen als Natura 2000-gebied. Ondanks het feit dat er “maar” negen sprinkhaansoorten zijn gevonden hebben we, mede door de bijvangsten, een geslaagde excursie gehad in dit bijzondere stukje Limburg. Maar ook nulwaarnemingen aan echte kalkgraslandsoorten zijn van belang. De Sint Pietersberg wacht wat dat betreft nog een mooie uitdaging.

Verslag: Harry van Buggenum


Doel: Centraal Plateau ("witte hokken" excursie grubben, holle wegen en regenwaterbuffers)

Datum: woensdag 23 juli 2008
Tijdstip: 10.00uur-16.00u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Deelnemers: W. van der Coelen, J. Adams, H. Erckenbosch, H. van Buggenum

Verslag

Om 10.00u verzamelden zich vier sprinkhaanliefhebbers bij de kerk van Schimmert voor een witte-hokken excursie op het Centraal Plateau in Zuid-Limburg. Van deze omgeving zijn in het archief van het NHG geen sprinkhaangegevens aanwezig. Buiten het dorp leek het al snel duidelijk te worden dat de aanwezigheid van uitgestrekte akkerbouwpercelen bepaald niet aantrekkelijk zou worden voor het inventariseren van onze diergroep. Daarbij waren de weersomstandigheden ook niet ideaal. We hebben een groot deel van de dag onder een bewolkte hemel moeten doorbrengen. Af en toe brak de zon door.
De zoektocht voerde langs diverse veldwegen, met veel te smalle bermen en enkele holle wegen. Beide biotopen leverden op enkele locaties die volgende soorten op: Krasser, Struiksprinkhaan en Bramensprinkhaan. Op een enkele plaats zijn wat bredere grasbanen aanwezig, die dienst doen als geleidingsbaan voor water bij hevige regenval en die uiteindelijk uitmonden in een regenwaterbuffer. Dit systeem moet erosie en wateroverlast in het Zuid-Limburgse heuvellandschap enigszins in toom houden. Hier zijn naast de al vermelde soorten aangetroffen: het Zuidelijk spitskopje en de Gouden sprinkhaan. Na de middag is een kalkgrasland en een nat hooiland in het dal van de Platsbeek bezocht. Hoewel de biotoop er zeer aantrekkelijk uitziet, zijn behalve een Gewoon spitskopje hier geen nieuwe soorten gevonden. Wellicht de moeite waard om bij optimale omstandigheden nog eens na te lopen. Naast sprinkhanen zijn ook nog diverse soorten libellen, vlinders, franse veldwesp en een alpenwatersalamander gezien.
Ondanks het geringe aantal soorten zijn wel vier tot vijf kilometerhokken voor een aantal soorten “zwart” gemaakt. Het Centraal Plateau blijft in meerdere opzichten een uitdaging voor onderzoek. De groep van bruine sprinkhanen en doorntjes moeten hier toch ook zitten?

Verslag: Harry van Buggenum

Excursieverslagen 2007

Doel: Heumense Schans – Molenhoek (op zoek naar de Zadelsprinkhaan en Steppesprinkhaan)
Datum: zondag 9 september
Tijdstip: 10.00uur-16.00u
Excursieleider: Roy Kleukers

Verslag

Afgelopen zondag 9 september vond een sprinkhanenexcursie plaats te Heumensoord. Met een klein clubje (Mark Grutters, René en Daan Krekels, Jeroen Gense en Roy Kleukers) werd gezocht naar de zadelsprinkhaan en steppesprinkhaan. Dit was de eerste excursie van de Limburgse sprinkhanenwerkgroep die zich grotendeels buiten Limburg afspeelde. Eerst bezochten we, onder zware bewolking, de populatie van de zadelsprinkhaan op de Mulderskop. Toch waren er diverse Zadelsprinkhanen te horen en met wat moeite ook te bekijken. Vervolgens zijn we naar het Limburgse deel van het gebied gelopen om te kijken of de soort nog in Limburg voorkomt. Hier vonden we twee mannetjes, precies op de grens. Een twijfelgeval dus. Onze zoektocht naar de steppesprinkhaan op het emplacement van Molenhoek leverde helaas niets op. We kunnen dus nog geen recente populaties voor Limburg bijschrijven. De vondsten van Sikkelsprinkhaan, Blauwvleugel en Boskrekel droegen verder bij aan een geslaagde excursie.

Deelnemers

Zadelsprinkhaan

Verslag: Roy Kleukers en Jeroen Gense

Doel: Omgeving Heuloërbroek (witte hokken)
Datum: 11 augustus 2007
Tijdstip: 10.00uur-16.00u
Excursieleider: Henk Heiligers

Verslag

Op zaterdag 11 augustus verzamelde zich welgeteld twee personen (Jan Boeren en Henk Heijligers) voor een sprinkhanenexcursie in het Heuloërbroek (en omgeving). Het gebied tussen het Heuloërbroek en het dorp Bergen is tijdens de excursie bezocht. In totaal werden uit 9 kilometerhokken waarnemingen verzameld. In het Heuloërbroek, een kleinschalig landschap met (vochtige) hooilanden, afgewisseld met kleine bosjes, werden algemene soorten aangetroffen als Krasser, Bramensprinkhaan, Boomsprinkhaan, Bruine sprinkhaan, Grote groene sabelsprinkhaan, Zuidelijk spitskopje en het Gewoon spitskopje. Het gebied tussen Aijen en Bergen kenmerkt zich door grote openheid met over het algemeen agrarische graslanden. Ook hier de al genoemde algemene sprinkhanensoorten, maar daarnaast ook Kustsprinkhaan en Struiksprinkhaan. Naast de sprinkhanen werden ook waarnemingen verzameld van dagvlinders (Klein koolwitje, Bont zandoogje, Atalanta, Landkaartje, Oranje zandoog en Gehakkeld aurelia), libellen (Lantaarntje, Watersnuffel, Azuurwaterjuffer, Bloedrode heidelibel, Steenrode heidelibel, Bruinrode heidelibel en Paardenbijter) zoogdieren (dassenprenten) en amfibieën genoteerd.

Heuloerbroek

Verslag: Henk Heijligers